Interviews

Klara Radio, 2017 (Audio)

Interview Klara Radio about Foxie! Brussels

 

Volkskrant, 2017

Lenneke Ruiten doet niets meer verkéé-éérd

 
foto: Ivo van der Bent / VK

Op een dag in 2006 zit Lenneke Ruiten thuis op de bank te janken. Wat doe ik in verkéé-éérd, snikt de sopraan. Ze heeft concoursen gewonnen, oefent zich suf, verpest nooit een optreden. Toch wordt ze links en rechts voorbijgestoken door generatiegenoten die wél doorstoten naar de operahuizen van Londen, Wenen en Parijs.

‘Nu ben ik een hype’, zegt Lenneke Ruiten in de artiestenfoyer van De Nationale Opera. Ze gooit er een relativerende schaterlach achteraan. Dan, serieus: ‘Ik zing fantastische rollen in fantastische operahuizen. Eindelijk pluk ik de vruchten van het eindeloze investeren.’

Ruiten (39) is in Amsterdam voor Mozarts opera Die Entführung aus dem Serail. Ze zingt de rol van Konstanze, een jonge Spaanse edelvrouw die wordt bevrijd uit een Turkse harem. De productie uit 2008, geregisseerd door Johan Simons, gaat vanavond in reprise.

Tot Ruiten in 2013 doorbreekt op het operatoneel, leidt ze een niet onsuccesvol zangeressenleven. Elk jaar is er wel ergens eenMatthäus-Passion waarin ze sopraanaria’s zingt. Frans Brüggen en het Orkest van de Achttiende Eeuw weten haar te vinden voor Mozart. Bij John Eliot Gardiner, de Britse topdirigent, heeft ze de handen vol aan projecten met Monteverdi en Bach.

Maar ja, die operacarrière. Op haar 15de droomt ze er al van. Het conservatorium wijst haar tot twee keer toe af: te jonge stembanden. Ruiten houdt vol en wint in 2002 het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch, dat wereldwijd hoog staat aangeschreven. ‘Ik was 24 en dacht: nu gaat het gebeuren. Maar ik bleek in de verste verte niet voorbereid op de harde kanten van het operavak.’

Twaalf jaar lang trekt ze van auditie naar auditie, steevast vergeefs. ‘Je zingt een aria en dan is het bedankt en tot ziens. Ik heb nog nooit gehoord van een collega die via een auditie een productie is binnengekomen. Je hebt een netwerk nodig, een agent, of een dirigent die per se jou wil hebben.’

Of juist niet, merkt Ruiten in 2013. Een maestro die zijn avances niet ziet beantwoord, schrapt haar uit een eerder toegezegd, omvangrijk concertschema. Van de ene op de andere dag kijkt de zangeres aan tegen een leeg halfjaar.

Inderhaast vindt ze een klus in het Zwitserse Sankt-Gallen. Wauw, zegt een bariton daar, jij zingt goed! Hij dropt haar naam bij het operahuis van Stuttgart, waar ze prompt een engagement krijgt. Het balletje rolt verder als de Stuttgartse intendant wordt gebeld door Marc Minkowski, de gerenommeerde Franse dirigent. Hij zit dringend verlegen om een Ophélie voor een Hamlet in Brussel. ‘Ik erheen om voor te zingen. Aangenomen.’

Ruiten wordt de ontdekking van de avond. Een criticus vergelijkt haar stem zelfs met die van Maria Callas. Opeens staan operascouts voor haar in de rij. In de seizoenen die volgen kan ze de debuten aftikken: 2014 de chique Salzburger Festspiele, 2015 de roemruchte Scala van Milaan, 2016 het vooruitstrevende operafestival van Aix-en-Provence.

En nu is het zaak nuchter te blijven, zegt ze. ‘Vergeleken met andere beroepen viert een zanger onnatuurlijk grote successen. Je staat in de schijnwerpers, wordt bejubeld, hebt overal fans. Ik zie collega’s die aan dat leven verslaafd raken. Gelukkig heb ik naast het podium nog een gezin.’

Al geniet ze natuurlijk met volle teugen van het applaus. La Scala, twee jaar geleden: Lenneke Ruiten zingt in Lucio Silla, een zelden opgevoerde jeugdopera van Mozart. ‘In dat stuk zit zo’n beetje de lastigste sopraanaria uit het hele repertoire. Van de stress heb ik in de aanloop naar de première elke dag gehuild.’

Dus daar ligt La Ruiten, in een vorstelijke jurk, op een juweel van een sofa, moederziel alleen op de bühne van La Scala in Milaan. Haar carrière loopt niet langer verkéé-éérd. ‘Ik zong mijn aria voor een uitverkochte zaal en dacht: gaaf, mag ik dit moment éven vasthouden?’

Mozart: Die Entführung aus dem Serail. Amsterdam, Nationale Opera & Ballet

de Volkskrant, 13 januari 2017

Luister, 2015

Kerst met Lenneke

Debuten aan de Scala, het Theater an der Wien, de Salzburger Festpiele en Drottningholm brachten Lenneke Ruiten aan de internationale sopranentop. Haar discografie vermeldt alweer meer dan twaalf opnamen, waaronder DVD’s van haar Donna Anna in Salzburg, Ophélie uit De Munt, en een handvol solo recitals. Ruiten: ‘De toekomst ziet er zonnig uit, met dragende rollen in grote operahuizen en nieuwe opnamen, maar op dit moment hoop ik vooral op een witte kerst!’

Lenneke Ruiten bevindt zich in een Antwerps hotel als ik haar spreek, in voorbereiding op een Mechels Bachconcert, maar eigenlijk al helemaal geconcentreerd op haar roldebuut als Gretel aan De Nationale Opera Amsterdam. In Humperdincks Hänsel und Gretel. Ruiten: ‘Het kindersprookje, maar dat is aan de muziek niet te merken. Gretel is van Wagneriaanse proporties en beslist een van de zwaarste rollen in mijn repertoire. Het zit een beetje aan de grens van mijn stemtype. Het is ook een gruwelijk verhaal, dat valt me trouwens in al die kindersprookjes op: pure horror met moordlustige heksen en andere duivelse schepsels! Mijn Gretels bij DNO betekenen ook dat ik deze kerst even geen Weihnachtsoratorium of Magnificats of andere kerstrecital geef, want van 3 tot 29 december zing ik Gretel ongeveer om de drie dagen. Oud en nieuw vier ik dan thuis waarna ik op 15 januari in Versailles Susanna in Le nozze di Figaro zing onder Marc Minkowski. Daarna volgt een maandje Sophie in Der Rosenkavalier in Stuttgart waarna ik in maart weer veel in Nederland zing, een liedrecital in Muziekgebouw t’IJ, en dan de Mattheus Passie in Haarlem en Amsterdam.’

Geen Magnificats met Kerst derhalve maar Ruiten kan kerst dit jaar tenminste wel thuis vieren: ‘Dat is wel fijn want ik heb een zoontje van drie en een man. Ik voel me een beetje ontworteld met kerst in het buitenland, daarom wil ik dit jaar ook een echte kerstboom, een met wortels bedoel ik. Ik vind het zielig ja, zo’n boom die vermoord wordt tijdens kerst. Als die boom wortels heeft dan heeft hij kerst gezellig met ons gevierd, hebben wij genoten van de cadeautjes van de Kerstman onder zijn takken en eindigt het als een wintersprookje met de boom die nog lang en gelukkig leefde. Ik meen het ja, ik vind het maar niks om zo’n boom om te hakken omdat het kerstmis is.’

Vegetarische kerst

Bomen blijken niet de enige levende wezens die op Lenneke’s sympathie kunnen rekenen. Ook de dieren zijn veilig voor haar, want ze is vast van plan met kerst een vegetarische maaltijd op tafel te toveren. Is dat niet een tikje saai met kerst? Ruiten: ‘Waarom? Ik kan fantastisch vegetarisch koken hoor! Het is ook niet zo dat ik nu direct tegen het eten van vlees ben, ik eet af en toe vlees, je ontkomt daar ook niet aan als je negen maanden per jaar op reis bent zoals ik. Er is niet altijd een goed alternatief. Maar het gaat mij meer om de bio-industrie, het grote dierenleed, de rotzooi die er in vlees zit. De hormonen en de antibiotica ja, dat vind ik geen fijne gedachte. Ik leef graag gezond en meestal weet je niet waar dat vlees vandaan komt. Dus ja, niet alleen de sparretjes maar ook de herten en kalkoenen zijn veilig voor mij dit jaar!’

Kaarsjes

Waar onze kerstdiva 2014 Renée Fleming helemaal niets met kerst had heeft Ruiten er warme jeugdherinneringen aan: ‘Als kind vond ik al die kaarsjes heel magisch, dat had iets heel intiems. Ik vind de adventtijd een hele mooie periode, nog mooier dan kerst zelf. Het is koud buiten en warm binnen, dat maakt toch de sfeer. Vooral als er sneeuw is. In mijn jeugd was er bijna altijd sneeuw, dan is het echt sprookjesachtig. Ik kwam dan in het donker uit bed en beneden stond dan de boom met de lichtjes al aan. Dat betoverde mij als kind.’

Package deal

De concurrentie onder sopranen is enorm. Het moet allemaal hot en happening en flitsend zijn, maar het fundament is volgens Lenneke nog altijd een ijzeren techniek. Ruiten: ‘Het is uiteindelijk een package deal van allerlei additionele kwaliteiten die bepalen hoever je komt. Dat is overigens geen streven op zichzelf, maar tien jaar geleden vroeg ik me nog af of ik het jaar daarop nog werk zou hebben. Nu ben ik nu op een punt aangekomen dat de Lausanne opera me heeft gevraagd voor hen te komen zingen en ik mocht zelf zeggen wat en wanneer. Ik dacht altijd dat zoiets alleen was weggelegd voor de Damrau’s en Flemings enzo, maar nu heb ik dat zelf mogen meemaken. Ik heb Lucia di Lammermoor gekozen. Die keuzevrijheid smaakt zeker naar meer. Als ik het helemaal zelf had kunnen bepalen had ik natuurlijk deels andere dingen gezongen. Het zwaartepunt is Mozart geweest, maar ik wil graag doorgroeien in het romantische repertoire. Ophélie, Zerbinetta en Sophie zing ik al maar ik zou naast Lucia graag ook Mélisande en Lulu zingen. Daphne? Ja, en niet alleen omdat ze aan het einde in een boom verandert!! Maar Daphne is voor mij de ideale schakel richting de Kaiserin en Ariadne die ik over een jaar of tien hoop te zingen.’ Voor het zover is debuteert Ruiten in de zomer van 2016 eerst in Aix en Provence, waar ze Fiordiligi gaat zingen. Ruiten: ‘Na Aix gaat die productie op tournee door Europa en naar New York. Dan heeft La Scala mij teruggevraagd, ik ga daar in 2017 Constance zingen onder Zubin Mehta, voor mijn carrière natuurlijk een hele goede zet!’

Huisje, boompje…

Ondertussen vergeten we bijna de rode draad in dit verhaal, de kerstgedachte en Lenneke’s gezin… hoe combineert zij een hectische carrière met het moederschap? Ruiten: ‘Voor operaproducties ben ik meestal zes weken van huis, dan zit ik in een appartement en reizen ze meestal mee. Hoe dat straks moet als dat vanwege school niet meer gaat weet ik niet. Ik heb een struisvogelmentaliteit, dat zit ook in mijn vak meegebakken: het vraagt zoveel concentratie om al die rollen en concerten voor te bereiden dat er weinig overblijft. In die tweeëneenhalve maand dat ik thuis ben werk ik nog het hardst, omdat ik daar toch het beste nieuwe rollen instudeer. Rollen leren is het zwaarste deel van zingen, vooral ellenlange Italiaanse secco-recitatieven zijn een nachtmerrie. Ik heb minder affiniteit met tekst dan met muziek. Na zes weken zwoegen op recitatieven kan ik geen normal gesprek meer voeren. En ja, natuurlijk ben je constant bang dat je iets vergeet. Zeker nu, want de producties waarin ik zing zijn zo ongelofelijk duur en er staat zoveel op het spel dat het een nachtmerrie is dat zoiets door jou in het honderd zou lopen. Optreden, dat is echt de totale focus, mijn enige yoga moment. Soms geeft concentratie je vleugels, maar soms dwingt de pure angst je tot overleven. Dan hoor of zie je niets meer en wordt je wakker in het applaus terwijl je amper weet hoe je dat voor elkaar hebt gekregen.’

Kerstmuziek

Ruiten omschrijft zich tot besluit van het gesprek als ‘religieus maar niet kerkelijk. Het is het mysterie van de adventsperiode dat haar aanspreekt en daar hoort natuurlijk ook muziek bij. Ruiten: ‘Dit jaar wordt dat een CD van het RIAS Kammerchor met de verrassende titel ‘Christmas’. Dat komt omdat ‘O Heiland, reiß die Himmel auf’ erop staat en dat zongen we vroeger altijd op school met de klas. Nooit geweten dat dit lied van Brahms was trouwens: prachtige kerstmuziek!’

Vrienden van de Opera, 2015

Lenneke Ruiten: geluk en keihard werken

2 DECEMBER 2015, Francois van den Akker

Lenneke Ruiten zingt in Hänsel und Gretel haar eerste hoofdrol bij De Nationale Opera. Haar met successen geplaveide omweg naar Amsterdam liep via onder meer Brussel, Salzburg en de Scala van Milaan. Een interview over hoe die weg ging, wat voor dat succes nodig was én wat ze onderweg aan had.

Lenneke Ruiten (© Victor Thomas).

Lenneke Ruiten (© Victor Thomas).

“Ja, het is een mijlpaal, dit wordt mijn eerste serieuze operarol in Nederland”, constateert de zangeres. “Ik heb de laatste jaren Konstanze gezongen in Die Entführung aus dem Serail en later Fiordiligi in Così fan tutte bij het Orkest van de Achttiende Eeuw. Dat waren door Nederland reizende, semiconcertante producties. Die kansen dankte ik aan Frans Brüggen.”

En nu, na enkele kleine rollen bij DNO en de Nederlandse Reisopera en haar Angelica inOrlando tijdens het Holland Festival 2014, staat ze vanaf 3 december in Nationale Opera & Ballet. “Het is toch, al klinkt dat misschien stom, echt anders, omdat het in je eigen land is.”

De sopraan is, sinds ze in 2002 het Internationaal Vocalisten Concours won, flink wat ervaring en operarollen rijker. “Inmiddels voel ik me wel ervaren. Ik heb niet meer het idee dat ik me moet bewijzen in Amsterdam.”

Gouden zet

Na haar winst op het IVC kwam er snel een aanbod van een agent voor een vast engagement in het zuiden van Duitsland, maar ze sloeg het af. “Ik had het gevoel dat ik er niet klaar voor was. Toen was het een lastige beslissing, maar uiteindelijk bleek het heel wijs. Ik heb me eerst via het concertcircuit ontwikkeld, de grote operarollen kwamen pas later.”

Het was één van twee keuzes die bepalend waren voor waar ze nu staat. Die andere was haar eigen initiatief voor het opnemen van een cd. “Als ik dat niet had gedaan, had ik hier niet gezeten”, zegt ze met stelligheid.

Lenneke Ruiten - cdHet was een stressvol project. De labels aan wie ze de zelf geproduceerde opname met concertaria’s van Mozart aanbood, wilden de plaat aanvankelijk niet uitbrengen. Uiteindelijk kwam ze via Pentatone bij Christoph Eschenbach en John Eliot Gardiner terecht. “Die laatste heeft me bij bevriende dirigenten geïntroduceerd. Er is veel over de cd geschreven en hij wordt nog altijd goed verkocht. Zonder die cd had ik me nooit zo kunnen profileren als zangeres. Het is een gouden zet gebleken.”

Lenneke Ruiten is zich ervan bewust dat veel afhangt van wat een zangeres aangeboden krijgt. “De gunfactor speelt een grote rol, daar doe je zelf niet zo veel aan. Wat ik zelf wel kan doen, is voorbereid zijn, goed presteren en niet te onaardig doen tegen regisseurs of dirigenten. Ik zou daarnaast misschien wat meer moeten netwerken, maar dat past niet erg bij me.”

Met een inmiddels bekende naam gaan er deuren open voor de zangeres. “De opera in Lausanne vroeg onlangs: wanneer kun je en wat wil je bij ons komen zingen? Ik ga daar Lucia di Lammermoor doen.”

Ze heeft een filosofie over succes. “Geluk kun je krijgen, maar geluk alleen is het niet. Het is ook keihard werken, je bewust zijn wanneer je geluksmoment er is en dan zo goed voorbereid zijn dat je het kunt pakken. Het komt niet aangewaaid.”

Jurken

Voor de repetitieperiode bij De Nationale Opera voor Hänsel und Gretel begon, waren er verschillende aanmeetsessies voor haar kostuum. Ze toont wat foto’s op haar telefoon van de eerste experimenten met het materiaal. “Ik moest voor een masker een halfuur met mijn gezicht in de latex zitten, dat was erg benauwd.”

Kleding heeft zeker invloed op haar zang en spel op de bühne, beaamt ze. “Je studeert thuis, maar zodra je in het kostuum stapt, is het echt anders. Dat kostuum is belangrijker dan je zou denken.”

Dat komt mooi uit, want de interviewer heeft foto’s verzameld van een aantal rollen die de sopraan de laatste jaren zong. Ze liggen op tafel en Lenneke Ruiten reageert op wat ze ziet.

Lenneke Ruiten - ls 1 Lenneke als Zerbinetta in Sankt Gallen - foto Tanja Dorendorf

Lenneke Ruiten als Zerbinetta in Sankt Gallen (© Tanja Dorendorf).

“Ach ja, Zerbinetta in Ariadne auf Naxos, dat is echt mijn rol.” Voor de productie in Sankt Gallen kreeg ze een hard groen kostuum aangemeten. “Geweldig was het, dit zou ik elke keer wel willen dragen. Zwaar over de top, maar heel draagbaar. En die pruik kleurde uitstekend bij mijn ogen.”

Lenneke Ruiten in Platée in Stuttgart (still uit videoclip).

Lenneke Ruiten in Platée in Stuttgart (still uit videoclip).

“Dit was het allerleukste wat ik ooit gedaan heb”, is haar reactie bij het beeld vanPlatée in Stuttgart. De foto toont de zangeres in een strapless kostuum met veel veren, in haar handen een elektrische gitaar. “Ik had al ‘ja’ gezegd op deze productie en daarna zag ik pas de dvd – het ging om een herneming. Ik heb voor die rol ook wat leren spelen op die gitaar. Zelden heb ik me fysiek zo vrij gevoeld op een podium.”

Lenneke Ruiten in Lucio Silla in de Scala (still uit videoclip).

Lenneke Ruiten in Lucio Silla in de Scala (still uit videoclip).

Haar debuut in de Scala, in februari 2015, was als Giunia in Lucio Silla van Mozart. “De spanning was enorm. Het was de moeilijkste partij die ik ooit had gezongen. Marc Minkowski had me die rol toevertrouwd. Ik wilde hem niet teleurstellen en me voor mezelf en het kritische publiek van de Scala bewijzen.” Ze kan er nu om glimlachen: “Ik heb de laatste twee weken voor de première iedere dag gehuild.”

De scènefoto toont een statige, sjieke japon. “Dat was het zwaarste kostuum dat ik tot nu toe heb gedragen. Er zijn ook in theaterkostuums verschillen in culturen. In Italië is het vaak erg strak, zoals deze jurk. Ze gebruiken in de make-up graag nog dat Callas-streepje aan de buitenkant van je ogen. Maar de schoenen in Milaan zijn geweldig.”

Lenneke Ruiten bij het Orkest vna de Achttiende Eeuw (still uit videoclip).

Lenneke Ruiten bij het Orkest van de Achttiende Eeuw (still uit videoclip).

Ook bij de semiconcertante Così fan tutte met het Orkest van de Achttiende Eeuw waren er speciale kostuums. “Ik voelde me dik in deze jurk”, zegt de zangeres als ze de foto ziet. “Het paste wel in het concept, maar ik wil het liefste op mijn mooist zijn. Ik doe veel aan fitness, zie graag mooie mensen en ben geïnteresseerd in mode. Dat is een fascinatie voor me. Het is sneu, maar ik wil echt graag mooi gevonden worden. Ik kán een echte ‘stage animal’ zijn, maar dat wordt moeilijk als ik iets raars aan heb. Ik weet dat het vooral tussen mijn oren zit, maar daar zit het en dan gaat het er niet uit!”

Modder

Een knooppunt in Ruitens carrière was de rol van Ophélie bij De Munt in Brussel, inHamlet van Ambroise Thomas. Bij de eerste voorstelling zat Alexander Pereira, toen intendant van de Salzburger Festspiele, in de zaal. Hij ging later naar de Scala in Milaan en ook daar zou hij Lenneke Ruiten introduceren.

“Marc Minkowski liet me in Brussel debuteren en dat zou mijn doorbraak in de opera worden. Het was een romantisch werk, terwijl ik eerder vooral barok en Mozart had gezongen. Eigenlijk was alles nieuw: een A-categorierol in een groot huis in een romantische opera. Maar blijkbaar was het zo’n moment.”

Lenneke Ruiten als Ophélie bij De Munt.

Lenneke Ruiten als Ophélie bij De Munt (© Clärchen en Matthias Baus).

Als Ophélie droeg ze een witte jurk die tijdens de voorstelling besmeurd raakte. “Het was nogal klodderig en moest op modder lijken. Dat was nieuw, maar interessant om te doen. Ophélie wordt gek van ellende en van verdriet. Als je dat moet spelen, kan het niet gek genoeg zijn. In die sfeer was die modder heel natuurlijk. Maar het was even wennen bij de repetities.”

Lenneke Ruiten in concert bij Holland Symfonia (still uit videoclip).

Lenneke Ruiten in concert bij Holland Symfonia (still uit videoclip).

Lenneke Ruiten was en is ook concertzangeres. Voor zulke optredens kan een zangeres haar eigen kleding kiezen. Op bovenstaande foto, van een optreden met Holland Symfonia, glimt de stof de kijker tegemoet. “Leatherlook met glitters”, herinnert Ruiten zich, “een spectaculair goede jurk die echt paste bij mijn figuur.”

Ze liet onlangs enkele jurken op maat maken in Salzburg. Daar opende sopraan Barbara Bonney vier jaar geleden een winkel, omdat ze vond dat er te weinig aanbod was van goede concertkleding. Haar winkel is op Facebook te vinden als ‘Bonney & Kleid’. Ze ontwerpt zelf, maar verkoopt ook vintagemodellen van bekende zangeressen. Die staan de kleding af, waarbij de opbrengst gaat naar de educatie van jonge zangers. “Ik heb daar een jurk van Barbara gekocht en één van Netrebko. Dat zijn superdure ontwerpen met veel strass en allemaal heel groot en veel. Heerlijk!”

Thuis slapen

Wat Ruiten zal dragen na de première van Hänsel und Gretel, op 3 december, weet ze nog niet. “Ik laat me leiden door wat ik dan voel. Ik ben een ‘mood-drager’; ik kleed me naar mijn stemming en dus bepaal ik op het laatste moment wat het wordt.”

Ze verheugt zich op de decemberserie bij De Nationale Opera. “Het lijkt me heel erg leuk om met regisseur Lotte de Beer te werken. Ze is een ‘rising star’, met hele fantasierijke concepten.”

En met de trein en de metro vanuit haar woonplaats in Noord-Holland naar de voorstelling kunnen, dat is ook een prettige kant aan haar engagement. “Het is heerlijk dat ik gewoon thuis kan slapen.”

Trouw, 2014

‘Salzburg is droom en nachtmerrie’

INTERVIEW PETER VAN DER LINT − 30/12/14, 02:24

Sopraan Lenneke Ruiten heeft haar eerste grote operajaar achter de rug. Het bracht haar naar de Salzburger Festspiele, zo’n beetje het hoogst haalbare voor een Mozart-zangeres.

Weinig privé, weinig slaap, veel van huis. Zo karakteriseert de Nederlandse sopraan Lenneke Ruiten het afgelopen jaar in een paar woorden. De zangeres die in 2002 de grote winnares was van het Internationaal Vocalisten Concours in ‘s-Hertogenbosch, noemt 2014 haar eerste grote operajaar. Een jaar dat verrassend was, zowel in positieve als negatieve zin en in veel opzichten een jaar van openbaringen met een paar bijzondere samenwerkingen.

Even de wapenfeiten op een rij. In december 2013 zong Ruiten de rol van Ophélie in ‘Hamlet’ van Ambroise Thomas. Ze deed dat in de Brusselse Munt, waar dirigent Marc Minkowski de voorstellingen leidde. Het was voor Ruiten de eerste echte operahoofdrol op een belangrijk Europees operapodium, en ze werd bedolven onder de lovende kritieken. Ook internationaal. In eigen land hadden de recensenten twee maanden eerder al naar de superlatieven gegrepen voor haar interpretatie van Fiordiligi in Mozarts ‘Così fan tutte’ met het Orkest van de Achttiende Eeuw. De zeer succesvolle semi-geënsceneerde voorstelling, onder leiding van Ed Spanjaard, werd afgelopen zomer nog een paar keer herhaald. In juni stond Ruiten op het Holland Festival als Angelica – opnieuw een hoofdrol – in Händels ‘Orlando’ in een regie van Pierre Audi en onder muzikale leiding van René Jacobs. En als kers op de taart zong ze een maand later de rol van Donna Anna in Mozarts ‘Don Giovanni’ met de Wiener Philharmoniker op de Salzburger Festspiele. Heel veel hoger op de Mozartladder kun je als zangeres niet komen.

Alsof dat nog niet genoeg is, was Ruiten dit jaar in Wenen ook nog actief als Glucks Iphigénie, in Stuttgart excelleerde ze als Strauss’ Zerbinetta en met Minkowski ging ze op tournee met Bachs Johannes-Passion waarvan volgend jaar een opname zal verschijnen. In februari komt een volgend hoogtepunt als ze, wederom met Minkowski als dirigent, haar debuut gaat maken in het Teatro alla Scala in Milaan als Giunia in Mozarts ‘Lucio Silla’.

“En in 2015 zal ik in Amsterdam bij De Nationale Opera Gretel zingen in Humperdincks ‘Hänsel und Gretel’. Ik zing zo graag in Nederland. Ik wacht nog altijd op een uitnodiging van het Concertgebouworkest. Schrijf dat maar op. Dat zou ik zo fijn vinden.”

Opera, opera, opera in 2014. Hoe komt het toch dat het na de prijzenregen in Den Bosch ruim een decennium duurde voordat je operacarrière zo op stoom kwam?

“Ik heb vroeger heel veel zogeheten open audities gedaan bij verschillende operahuizen. Audities waarop je jezelf kunt laten horen zodat de castingafdelingen daar weten wat voor soort stem je hebt en voor welke rol ze je eventueel kunnen engageren. Maar niemand toonde in al die jaren interesse. Ik hoorde haast nooit meer wat. En nu staan diezelfde operahuizen echt in de rij om mij rollen aan te bieden. Dat gaat zelfs zo ver dat sommige huizen aan mijzelf de keus laten wanneer ik wil komen zingen, én welke rol ik graag zou doen. Dat is heel ongebruikelijk in deze wereld. Er komt zoveel aan aanbiedingen op mij af dat het nu mijn beurt is om hen teleur te stellen. Ik heb er gewoon geen tijd voor omdat mijn agenda boordevol zit. Mijn leven is nu drie à vier jaar vooruit gepland.

“Hiervóór heb ik ruim tien jaar een behoorlijk grote en fijne carrière gehad, voornamelijk als concertzangeres. Dat had te maken met het management waar ik onder contract stond, een management dat voornamelijk in concertzalen actief was. Ik zit nu sinds twee jaar bij een echte opera-agent. Halverwege 2013 had ik ineens een gat in mijn agenda. Toen heb ik Zerbinetta in ‘Ariadne auf Naxos’ gezongen in Sankt Gallen. Kort daarop kon ik in dezelfde rol invallen in Stuttgart. En toen kwamen Minkowski en Brussel op mijn pad. Alles raakte in een stroomversnelling. Na die Ophélie in Brussel stroomden de aanvragen binnen. Het was heel, heel veel. Niet te geloven.”

Heb je in al die jaren de opera gemist?

“Jawel. Maar het had voor mijn gevoel ook niet veel eerder moeten komen. Want de operawereld is een keiharde wereld en ikzelf ben dat niet – keihard. In Salzburg deze zomer waren mijn vrouwelijke collega’s in ‘Don Giovanni’ gemiddeld acht jaar jonger dan ik. Voor mijn gevoel konden zij zich zoveel beter afschermen tegen alle negativiteit. Dat had ik op die leeftijd niet gekund. Ze zijn recht voor hun raap in het acteren, staan heel slim in het vak. Ik was daar denk ik te gevoelig voor. De operawereld is een kleine wereld met veel vriendjespolitiek. Je bent voor een bepaalde productie ook veel langer bij elkaar dan voor een concertreeks. Je zit zo’n zes tot acht weken op elkaars lip. Dat moet je kunnen.

“Die ‘Don Giovanni’ in het Mozart-heiligdom Salzburg is natuurlijk een droom. Maar het is evengoed een nachtmerrie. De pers is Salzburg is extreem zwartwit – en dan vooral zwart. De voorstelling is helemaal kapot geschreven, waarin iedereen, ook ik, het moest ontgelden. Er speelt in Salzburg altijd een hoop politiek mee en de huidige intendant is er absoluut niet geliefd. Slechte kritieken doen me weinig, omdat ik gewoon weet dat de productie niet zo slecht was als hij beschreven is. Bovendien heb ik er zoveel engagementen aan overgehouden, dus waarom zou ik treuren. Ik vond het wel erg voor dirigent Christoph Eschenbach, die ze met de grond gelijk gemaakt hebben. Hij heeft zich nu voor ‘Le nozze di Figaro’ volgend jaar teruggetrokken, maar ik vind hem een fenomenaal goed musicus.

“Dirigenten zijn in de muziekwereld voor mij de mensen van wie je het meest kunt leren. Maestro’s als John Eliot Gardiner, Minkowski en Eschenbach helpen jou om jezelf verder te ontwikkelen. Het zijn echte coaches. Marc Minkowski vertelde mij dat hij zelf nooit een nieuwe productie van ‘Don Giovanni’ op de Salzburger Festspiele zou aandurven. Omdat het daar een soort heilige opera is. Het was de allereerste opera die er ooit, onder leiding van Richard Strauss, werd gespeeld. En het is nooit goed genoeg, kán nooit goed genoeg zijn. Ten eerste al omdat je als dirigent niet Von Karajan heet, die jarenlang het alleenrecht in Salzburg had om ‘Don Giovanni’ te dirigeren. Er wordt daar op díe plek, in díe opera iets onaards van je verwacht, en daar kun je natuurlijk nooit aan voldoen.

“Ook als je er Donna Anna zingt, word je meteen vergeleken met je grote voorgangsters. In mijn geval zijn dat zangeressen als Renée Fleming en Anna Netrebko, om de meeste recente te noemen. Maar dit alles wetende, had ik het zo weer gedaan. Ja, de pers was hard en vervelend, en ik heb daar één slapeloze nacht van gehad. Maar dankzij mijn klik met Eschenbach kon ik er muzikaal mijn ei in kwijt. Het was heel levendig, elke avond weer iets anders. De dvd komt binnenkort op de markt, dan kan iedereen er zelf over oordelen.”

Hoe kwam je eigenlijk in Salzburg terecht?

“Ik heb Donna Anna te danken aan Marc Minkowski, die heel invloedrijk is. Hij wees Alexander Pereira, de intendant in Salzburg, op mij. Pereira is mij komen opzoeken in Brussel en op YouTube zag en hoorde hij mij Fiordiligi zingen. Ach, Fiordiligi, met het Orkest van de Achttiende Eeuw: wat een heerlijk project was dat. Mijn schema zat deze zomer eigenlijk te vol om de reprise te doen, maar ik wilde er per se bij zijn. Ik ben zo blij dat ik het gedaan heb. Ik was bijna in tranen na afloop. Zo’n hecht team, absoluut geen politiek, maar gewoon zo mooi en fijn mogelijk Mozart zingen. In alles het omgekeerde van Salzburg. Het is maar goed dat je in Salzburg en Milaan verdomd veel geld verdient, zodat je daarna kunt kiezen voor iets waar je echt gelukkig van wordt.”

Is dat niet een beetje al te cynisch?

“Nee. Tenor Rolando Villazón, met wie ik de laatste tijd veel gewerkt heb, zegt precies hetzelfde. Je moet uitvinden waar je gelukkig van wordt, dat goed vasthouden, en dan daarnaast de grote klussen doen voor je carrière. Natuurlijk denkt een buitenstaander dat zingen op het podium van de Scala een droom moet zijn. En dat is het misschien ook wel, maar de momenten dat ik me vrij en gelukkig voelde op dat soort podia zijn op één hand te tellen. Je moet het misschien vergelijken met een kür bij het kunstschaatsen, waar je de ene moeilijke sprong na de andere moet doen. De rol van Giunia in ‘Lucio Silla’, die ik nu aan het instuderen ben, is razend lastig. Er zit één aria in die in feite onzingbaar is. Dus heb ik straks op het podium van de Scala waarschijnlijk niet het gevoel: ‘Goh, wat sta ik hier nou lekker te zingen’.

“Maar het zingen op grote podia maakt mij als mens wel rijker. Uiteindelijk sta je daar dan, als het ware in je eigen droom. En dan zie je hoe het in werkelijkheid werkt. Dat commercie, geld en de macht van de platenmaatschappijen veel belangrijker zijn dan de kunst zelf. Ik moet leren om mezelf te beschermen. Misschien dat ik de sleutel over vijf jaar wel gevonden heb.”

Lag je ook een nacht wakker toen het aanbod van de Scala kwam?

“Eén nacht? Daar heb ik wel een week van wakker gelegen. Er waren gelukkig positieve punten die mijn besluit beïnvloedden. Marc dirigeert en Villazón zit in de cast. Dat zijn twee personen bij wie ik me veilig voel. Met Minkowski heb ik een bijzondere band. Dankzij hem maak ik nu deze carrière. Dirigenten maken je carrière, die hebben artistiek zoveel te zeggen. Een stem is iets heel persoonlijks en als een dirigent voor jouw stem valt, dan kun je van hem veel leren. Maar de tijd dat een dirigent als Von Karajan heel veel tijd aan zijn zangers besteedde, die is voorbij. Iedereen vliegt maar heen en weer, en iedereen is altijd maar bekaf van al die repetities. Ja, ik zelf ook.”

Je hebt ook met de dit jaar overleden Frans Brüggen gewerkt. Hoe was het met hem?

“Hij was er tot het laatst bij. Ook toen hij zelf al niet meer dirigeerde. Brüggen was aardig als mens en als dirigent onvoorstelbaar dienstbaar aan de muziek. Hij zei tegen mij dat ik niet in Nederland moest blijven om Mozart te zingen. Dat ik grotere dingen moest gaan doen. Hij hoorde dat. Hij heeft gelijk gekregen.”

Stuttgarter Nachrichten 2014

Magdalena Pichler, August 2014

Am Sonntag wurde „Don Giovanni“ Live auf Servus-TV ausgestrahlt.

Lenneke Ruiten: Genau und es machte viel Spaß. Allerdings bleibt im Fernsehen und im Internet alles für immer. Da muss man besonders gut sei und sich immer entscheiden: Singe ich für das Publikum ganz hinten im Saal oder singe ich für die Kamera, die meinen ganzen Kopf im Bild hat. Singe ich für das kleine Mikrofon in meinen Haaren oder singe ich für die letzte Reihe.

Apropos Internet, ist es wahr, dass Herr Pereira Sie auf YouTube entdeckt hat?

Wir hören alle einander auf YouTube, aber ich glaube das Wichtigste war, dass er mich auf der Bühne gesehen hat. Das muss Ophelia in „Hamlet“ gewesen sein, in Brüssel. Diese Rolle hat – mit der Zerbinetta in Stuttgart – viel gebracht, da hat mich Marc Minkowski entdeckt, und jetzt bin ich hier. Donna Anna, Mozart, Salzburg (lacht), das ist ein Traum für alle. Wir haben in dieser Produktion viel Erfolg, leider nicht in der Presse, aber das scheint ganz normal zu sein (lacht).

Wie geht es Ihnen mit Pressekritiken?

Gut. Wenn eine negative Kritik kommt, denke ich auch nach ob es einen Grund dafür gibt. Aber die aggressive Kritik, die wir hier jetzt bekommen, die verstehe ich nicht. Wir wurden alle verrissen, und nach 15 Kritiken habe ich einfach gedacht: Ich nehme das jetzt nicht ernst. Ich finde, wir haben eine ganz ganz gute Produktion, und wir haben uns nach der Premiere gefeiert.

Wir waren so glücklich wie es war. Und wir müssen versuchen dieses Gefühl zu behalten. Ein Dirigent hat mich angerufen und ich habe gesagt, was soll denn das, was ist hier los? Ich weiß nicht, was es ist. Und dann hat der Dirigent gesagt: „Lenneke, Welcome to Salzburg“. (lacht).

Wer ist Donna Anna für Sie?

Eine mysteriöse Frau. Zunächst habe ich mich gewundert: bei dieser Donna Anna passiert eigentlich laut Libretto nichts – nur am Anfang, da stirbt ihr Vater. Und dann weint sie drei Stunden lang.

Beim Lernen habe ich gedacht, ich lasse die Rolle ein wenig offen, weil der Charakter erst klar wird wenn der Regisseur sagt: in dieser Produktion machen wir es so und so. Sven (-Eric Bechtolf) – hat dann gesagt, sie ist eine Frau, die hat ihren Vater, aber keine Mutter. Also ist sie fast wie eine Frau für ihren Vater.

Der hat Don Ottavio ausgesucht, der ihm ähnlich ist. Sie kann also Don Ottavio nicht lieben, weil er für sie eine Vaterfigur ist. Dann kommt Don Giovanni in ihr Leben und es ist nicht deutlich und nicht nötig zu wissen, was genau in diesem Zimmer passiert ist. Es ist nur deutlich, dass sie von ihm ziemlich begeistert ist und dass es auch eine erotische Seite in ihr aufmacht. Und wenn sie es dann Don Ottavio erklärt, in dieser ersten großen Arie, dann ist es eher unbewusst erotisch gemeint und nicht nur Trauer und Pein.

Es ist in dieser Produktion nicht deutlich, dass Don Giovanni sie vergewaltigt?

Nein, es ist nicht eindeutig, und da hat Sven gleich gesagt: Es sei nicht wichtig. Und wenn sie vergewaltigt worden sei, vielleicht habe sie auch nicht nur gelitten, sondern das vielleicht auch ein bisschen interessant gefunden.

Und tatsächlich passiert das auf der Bühne: Diese erste Szene von Donna und Don Giovanni – das ist eine halbe Vergewaltigung, aber es ist nicht klar, ob sie ihn wegstößt oder es vielleicht ein bisschen zulässt. Da ist es für Donna Anna und für uns ein bisschen unklar, wie sie damit umgeht, mit Don Giovanni.

Wie liegt Ihnen die Rolle stimmlich?

Für eine Donna Anna bin ich ein leichter, lyrischer Sopran. Das passt gut, weil sie eine junge Frau ist – 18 oder 19. Ich finde bei Mozart interessant, dass die Personen und Stimmen so eine jugendliche Ausstrahlung haben. Ich kann mir nicht vorstellen, dass Mozart für Donna Anna eine schwere dramatische Stimme genommen hätte –mit diesen Koloraturen am Ende.

Stimmt es, sie werden mit Pereira in Mailand arbeiten?

Ja, wir machen da „Lucio Silla“ unter Marc Minkowski. Das ist mein Debüt an der Scala. Gerade fängt meine Opernkarriere an, und da kommen gleich diese schönen Häuser und Produktionen – zum Beispiel „Mitridate“ in Brüssel, Zerbinetta in Stuttgart und Minerva in Paris. In Aix-en-Provence mache ich als Fiordiligi bei einem Opernfilm mit.

Ich freue mich, mit Christoph Eschenbach und Marc Minkowski zu arbeiten. Wenn man sich in der Musik findet, wie jetzt mit Eschenbach, ist fast wie ein Liebespaar. Das ist ein großer Erfolge, wenn man so verschmelzen kann.

Bleibt noch ein Traum offen?

„Vier letzte Lieder“. Ich bin ein großer Strauss-Fan, da würde ich gerne hin wachsen. Und das italienische Fach ist auch noch ein Traum. Und nicht so viel Stress haben, auch manchmal zu Hause sein. Eine Sängerkarriere ist schön, aber es ist ein schwerer Beruf. Ich bin neun Monate im Jahr unterwegs, und ich habe ein kleines Kind, eineinhalb ist er und kommt momentan immer mit. Ein großer Wunsch ist dass das auch künftig gut zusammen geht.

Salzburger Nachrichten 2014

Festspiele: “Kritik an Don Giovanni verstehe ich nicht”

Von Magdalena Pichler | 05.08.2014 – 20:44

In der heftig diskutierten “Don Giovanni”-Inszenierung gibt Lenneke Ruiten ihr Debüt als Donna Anna. Wie fand die Sopranistin zu ihrer Bühnenfigur?

Festspiele: "Kritik an Don Giovanni verstehe ich nicht"

Lenneke Ruiten als Donna Anna mit der Büste des Komturs in „Don Giovanni“.

BILD: SN/SF/JOHANNES IFKOVITS

Die niederländische Sopranistin Lenneke Ruiten debütiert mit der großen Mozart-Partie der Donna Anna in “Don Giovanni” bei den Salzburger Festspielen.

SN: Am Sonntag wurde “Don Giovanni” Live auf Servus TV ausgestrahlt.
Ruiten: Genau, und es machte viel Spaß. Allerdings bleibt im Fernsehen und im Internet alles für immer. Da muss man besonders gut sein und sich immer entscheiden: Singe ich für das Publikum ganz hinten im Saal oder singe ich für die Kamera, die meinen ganzen Kopf im Bild hat? Singe ich für das kleine Mikrofon in meinen Haaren oder singe ich für die letzte Reihe?

SN: Apropos Internet, ist es wahr, dass Herr Pereira Sie auf YouTube entdeckt hat?

Wir hören alle einander auf YouTube, aber ich glaube das Wichtigste war, dass er mich auf der Bühne gesehen hat. Das muss Ophelia in “Hamlet” gewesen sein, in Brüssel. Diese Rolle hat – mit der Zerbinetta in Stuttgart – viel gebracht, da hat mich Marc Minkowski entdeckt, und jetzt bin ich hier. Donna Anna, Mozart, Salzburg(lacht), das ist ein Traum für alle. Wir haben in dieser Produktion viel Erfolg, leider nicht in der Presse, aber das scheint ganz normal zu sein (lacht).

SN: Wie geht es Ihnen mit Pressekritiken?

Gut. Wenn eine negative Kritik kommt, denke ich auch nach, ob es einen Grund dafür gibt. Aber die aggressive Kritik, die wir hier jetzt bekommen, die verstehe ich nicht. Wir wurden alle verrissen, und nach fünfzehn Kritiken habe ich einfach gedacht: Ich nehme das jetzt nicht ernst. Ich finde, wir haben eine ganz gute Produktion, und wir haben uns nach der Premiere gefeiert.

Wir waren so glücklich, wie es war. Und wir müssen versuchen, dieses Gefühl zu behalten. Ein Dirigent hat mich angerufen und ich habe ihn gefragt: “Was soll denn das, was ist hier los? Ist es eine politische Sache oder – ? Ich weiß nicht, was es ist.” Da hat der Dirigent gesagt: “Lenneke, welcome to Salzburg.” (lacht)

SN: Wer ist Donna Anna für Sie?

Eine mysteriöse Frau. Zunächst habe ich mich gewundert: Bei dieser Donna Anna passiert eigentlich laut Libretto nichts – nur am Anfang, da stirbt ihr Vater. Und dann weint sie drei Stunden lang.

Beim Lernen habe ich gedacht, ich lasse die Rolle ein wenig offen, weil der Charakter erst klar wird, wenn der Regisseur sagt: In dieser Produktion machen wir es so und so. Sven(-Eric Bechtolf) hat dann gesagt, sie ist eine Frau, die hat ihren Vater, aber keine Mutter. Also ist sie fast wie eine Frau für ihren Vater.

Der hat Don Ottavio ausgesucht, der ihm ähnlich ist. Sie kann also Don Ottavio nicht lieben, weil er für sie eine Vaterfigur ist. Dann kommt Don Giovanni in ihr Leben und es ist nicht nötig zu wissen, was genau in diesem Zimmer passiert ist. Es ist nur deutlich, dass sie von ihm ziemlich begeistert ist und dass es auch eine erotische Seite in ihr aufmacht.

Wenn sie es Don Ottavio erklärt, in der ersten großen Arie, dann ist es eher unbewusst erotisch gemeint und nicht nur Trauer und Pein.

SN: Es ist in dieser Produktion nicht deutlich, dass Don Giovanni sie vergewaltigt?

Nein, es ist nicht eindeutig, und da hat Sven gleich gesagt: Es sei nicht wichtig. Und wenn sie vergewaltigt worden sei, habe sie vielleicht auch nicht nur gelitten, sondern das interessant gefunden.

Tatsächlich passiert das auf der Bühne: Diese erste Szene von Donna Anna und Don Giovanni – das ist eine halbe Vergewaltigung, aber es ist nicht klar, ob sie ihn wegstößt oder es vielleicht ein bisschen zulässt. Da ist es für Donna Anna und für uns ein bisschen unklar, wie sie damit umgeht, mit Don Giovanni.

SN: Wie liegt Ihnen die Rolle stimmlich?

Für eine Donna Anna bin ich ein leichter, lyrischer Sopran. Das passt gut, weil sie eine junge Frau ist – 18 oder 19. Ich finde bei Mozart interessant, dass Personen und Stimmen so eine jugendliche Ausstrahlung haben. Ich kann mir nicht vorstellen, dass Mozart für Donna Anna eine schwere dramatische Stimme genommen hätte – mit diesen Koloraturen am Ende.

SN: Stimmt es, Sie werden mit Pereira in Mailand arbeiten?

Ja, wir machen da “Lucio Silla” unter Marc Minkowski. Das ist mein Debüt an der Scala. Gerade fängt meine Opernkarriere an, da kommen gleich diese schönen Häuser und Produktionen! Zum Beispiel “Mitridate” in Brüssel, Zerbinetta in Stuttgart und Minerva in Paris. In Aix-en-Provence mache ich bei einem Opernfilm als Fiordiligi mit.

Ich freue mich, mit Christoph Eschenbach und Marc Minkowski zu arbeiten. Wenn man sich in der Musik findet, wie jetzt mit Eschenbach, ist man fast wie ein Liebespaar. Das ist ein großer Erfolg, wenn man so verschmelzen kann.

SN: Bleibt ein Traum offen?

Die “Vier letzten Lieder” von Richard Strauss. Ich bin ein Strauss-Fan, da würde ich gern hinwachsen. Das italienische Fach ist auch noch ein Traum. Und nicht so viel Stress haben. Eine Sängerkarriere ist schön, aber schwer. Ich bin neun Monate im Jahr unterwegs, und ich habe ein kleines Kind, eineinhalb ist er und kommt momentan immer mit. Ein großer Wunsch ist, dass das auch künftig gut zusammen geht.

Place de l'Opera 2014

Lenneke Ruiten stoot door naar de top

21 AUGUSTUS 2014 GEEN REACTIES

Sopraan Lenneke Ruiten is net terug uit Salzburg, waar ze op het beroemde zomerfestival Donna Anna zong in Don Giovanni. In Nederland staat een andere Mozart-partij op haar te wachten: Fiordiligi in Così fan tutte, bij het Orkest van de Achttiende Eeuw. “Een productie waarin werkelijk alles klopt”, vertelt ze in een gesprek over Salzburg, Stuttgart, fluiten en Mozart.

Lenneke Ruiten (foto: Victor Thomas).

In 2011 was Lenneke Ruiten al eens te gast op de Salzburger Festspiele, voor een paar kleine rollen in Die Frau ohne Schatten. Deze zomer vervulde ze met Donna Anna haar eerste hoofdrol op het festival, in een productie van Don Giovanni die door de pers kritisch werd ontvangen, maar door het publiek in de armen werd gesloten.

“Voor mij was het één van de allermooiste producties die ik ooit gedaan heb”, zegt Ruiten. “Alles klopte: het bühnebeeld, de regie, de muzikale leiding, alles. Er was een goede chemie tussen de spelers, het artistieke team was extreem professioneel en werken met dirigent Christoph Eschenbach was een droom die uitkwam. Dus dan wordt het je ook wel makkelijk gemaakt…”

De sopraan vindt het jammer dat de media wat zuur reageerden op de productie van Sven-Eric Bechtolf, maar leerde dat dat er ook een beetje bij hoort in de Oostenrijkse stad, waar sowieso een geheel eigen atmosfeer hangt tijdens de festivalzomer. “Je moet ervan houden”, zegt Ruiten eerlijk. “De stad is ontzettend cultuurminnend. Tegelijk zijn er ook veel miljonairs die niet weten wat ze met hun geld moeten doen. Iemand zei eens: er komt meer blingbling uit de zaal dan vanaf het toneel.”

Mysterie

Ruiten dankte haar prominente plek op het Salzburger affiche aan een optreden als Zerbinetta in Ariadne auf Naxos bij de Staatsoper Stuttgart, in de zomer van 2013. Die vertolking opende vele internationale deuren voor haar.

“Waar je het niet verwacht, daar gebeurt het”, vertelt ze. “Ik had Zerbinetta gezongen in St. Gallen en werd toen gevraagd om in te vallen in Stuttgart. De productie in St. Gallen was heel luchtig, die in Stuttgart veel dramatischer en beladen. Ik had slechts een middag om het te leren, maar op één of andere manier lukte het. Misschien ook wel omdat je houding bij zo’n invalbeurt anders is dan bij een productie waar je wekenlang voor gerepeteerd hebt. Als je je lang hebt voorbereid, ben je soms zenuwachtiger dan wanneer je denkt: ik zie wel waar het schip níet strandt…”

Lenneke Ruiten als Donna Anna in Salzburg (foto: Salzburger Festspiele / Michael Pöhn).

Haar Zerbinetta werd een enorm succes en zette het ene na het andere internationale engagement in gang. Ze werd gevraagd voor Ophélie in Hamlet bij de Munt in Brussel en ontmoette daar Marc Minkowski, die zo enthousiast over haar was dat hij haar direct allemaal grote rollen aanbood, tot aan de Scala toe. “Hij bood me ook Marguerite in de Faust van De Nationale Opera, maar daar was ik nog niet aan toe.”

Minkowski introduceerde Ruiten bij Alexander Pereira, de huidige intendant van de Salzburger Festspiele en toekomstige directeur van de Scala. Dat leidde tot haar Donna Anna deze zomer en haar Scala-debuut als Giunia in Lucio Silla volgend jaar. En tot nog veel meer geïnteresseerde operahuizen. “Alleen al doordat ik op de lijst stond van de Salzburger Festspiele kreeg ik een aanbod uit Frankfurt om daar Donna Anna te zingen. Ze hadden me niet eens zelf gehoord.”

Hoe één invalbeurt zo veel kan betekenen, is Ruiten een raadsel. “Soms denk je dat het fantastisch gaat, maar komt je optreden niet aan bij het publiek. Een andere keer ben je niet tevreden, maar is iedereen enthousiast. Het is een mysterie…”

Ruiten kiest ervoor om onder alle aandacht haar hoofd koel te houden. “Zanger zijn is keihard werken. Dat doe ik nu al twaalf jaar. Soms lukt het, soms niet. Op dit moment lukt het, maar ik wil nuchter blijven en gewoon mijn werk blijven doen. Vergelijk het met een chirurg: of hij nu de koningin of een gewone burger opereert, hij moet het altijd goed doen. Alle concerten zijn even belangrijk.”

Afgewezen

Het had niet veel gescheeld of Lenneke Ruiten was niet zangeres maar fluitiste geworden. Ze was dol op de fluit en begon op haar vijftiende met dat instrument aan een conservatoriumopleiding. Rond die tijd begon ze echter ook in een schoolkoor te zingen, waarbij de leraar het goede gebruik had om ieder jaar een groot werk als het requiem van Mozart of het Stabat Mater van Dvorák uit te voeren, met volledige orkestbegeleiding. “Dat had een ontzettende impact op me. Ik werd geraakt door de kleuren, harmonieën en diepgang van vocale muziek, en kwam daar nooit meer van af.”

Ruiten nam zanglessen en probeerde ook zingend het conservatorium binnen te komen. Maar ze werd tweemaal afgewezen. “Ik dacht: ik doe het gewoon niet meer. Maar op de ochtend voor de volgende auditieronde bedacht ik me en probeerde ik het toch nog een keer. Toen werd ik toegelaten.”

De sopraan studeerde af in Den Haag en vond via een liedcursus bij het Schubert Institut in Baden bei Wien de weg naar een operaopleiding in München. Na één jaar meegedraaid te hebben en ondertussen ook de winst op het Internationaal Vocalisten Concours in de wacht gesleept te hebben, begon Ruiten aan het zangersleven.

In het begin trad ze vooral op als concertzangeres, in landen als Duitsland, Zwitserland en Ierland. Nederland kwam weinig in beeld. “Ik heb nooit een Nederlandse agent gehad, misschien heeft het daarmee te maken. Verder ging nadat ik het IVC gewonnen had het verhaal rond dat ik een kleine stem zou hebben en alleen liederen zou kunnen zingen. Maar dat klopt niet. Mijn stem is niet groot, maar ook niet klein. Ik heb een volstrekt normale stem.”

Intiem

De herneming van Così fan tutte wordt gedirigeerd door Ed Spanjaard (foto: Ronald Knapp).

Via het Orkest van de Achttiende Eeuw was Ruiten vorig jaar wel uitgebreid in eigen land te bewonderen, toen ze Fiordiligi zong in een tournee met Così fan tutte. Die productie herhaalt ze de komende tijd in het Openluchttheater Caprera in Bloemendaal en in Koninklijk Theater Carré in Amsterdam.

De sopraan ziet er erg naar uit. “Dit is zo’n productie waarin alles klopt. En dat is niet altijd het geval, want in veel producties is er wel iets wat niet klopt aan de regie of hangt er een vervelende sfeer. Maar dit is een ontzettend leuke voorstelling, met een hele goede regisseur, Jeroen Lopez Cardoso, en een fantastische dirigent, Ed Spanjaard. Hij is zo intelligent en muzikaal, een geweldige begeleider.”

Ruiten hoeft weinig om te schakelen na haar Salzburgse optredens, aangezien Donna Anna en Fiordiligi vocaal gezien in elkaars verlengde liggen. “Het zijn dankbare rollen. Ze zijn orkestraal licht bezet, waardoor je niet hoeft te staan brullen. Je kunt iets heel moois en intiems neerzetten.”

Lenneke Ruiten zingt Fiordiligi op 24 augustus in het Openluchttheater Caprera in Bloemendaal en op 26 augustus in Koninklijk Theater Carré in Amsterdam. Het Orkest van de Achttiende Eeuw voert de opera van Mozart verder ook nog op 23 augustus uit, in de Philharmonie in Haarlem. Dan zingt Kate Valentine de rol van Fiordiligi.

Il tenero momento, 2014

Entretien avec … Lenneke Ruiten

« Exceptionnelle« , « La découverte de la soirée » : Lenneke Ruiten fait actuellement l’unanimité en Ophélie, dans le Hamlet présenté à la Monnaie de Bruxelles par le tandem Minkowski/Py. Il est vrai qu’avec son agilité, son incroyable aisance dans le suraigu et son timbre coloré, la voix de la jeune soprano néerlandaise a tout pour faire un tabac. Le public parisien pourra bientôt en témoigner : elle sera en juin 2014 à la Cité de la Musique, dans l’Orlando de Haendel dirigé par René Jacobs.

J’ai tout d’abord étudié la flûte aux conservatoires d’Alkmaar et Amsterdam, mais j’ai toujours éprouvé plus de satisfaction à chanter. Adolescente, j’ai en effet fait partie de différentes chorales, et suis alors tombée amoureuse de la musique de Bach ou Mozart, ainsi que de la voix de Maria Callas. Après avoir gagné en 2002 un concours de chant lyrique (International Vocal Competition in’s-Hertogenbosch), j’ai commencé à participé à différents concerts, principalement dans le répertoire baroque et auprès de John Eliot Gardiner, Ton Koopman ou Emmanuelle Haïm.

Vous avez déjà abordé un nombre important de rôles, aux profils très différents. Comment définiriez-vous votre voix ?

Je dirais que je suis une soprano lyrique colorature. J’ai toujours pu atteindre le suraigu dans problème, et avec le temps, le médium et le côté le plus lyrique de ma voix se sont développés. J’aime beaucoup cette combinaison entre la flexibilité et la légereté d’un côté, la couleur et l’émotion de l’autre. De toute façon, je ne crois pas vraiment qu’on puisse cataloguer les rôles. Par exemple, Zerbinetta (Ariane à Naxos de Richard Strauss) est officiellement un rôle colorature, mais le personnage présente tant d’aspects différents, qu’il y a besoin de ce côté lyrique dans la voix pour rendre pleinement justice au personnage. C’est pourquoi j’essaye de trouver cette dualité dans tous les rôles que j’aborde. Quand j’aborde un personnage, je ne fais pas attention au type de voix auquel il est censé se rattacher, mais au personnage. Et si ce personnage correspond à ma voix, alors je peux indifféremment aborder Zerbinetta ou Pamina.

Pouvez-vous nous parler de cette production d’Hamlet à Bruxelles ?

J’adore cette production ! Ophélie est un rôle magnifique, avec plein de défis à relever. Le plus intéressant dans les répétitions du spectacle a été de s’intéresser à la relation entre Hamlet et Ophélie. L’a-t-il réellement aimé? Quelle sorte de femme était-elle ? Comment et pourquoi est-elle devenue folle ? La mise en scène d’Olivier Py pour cette scène de folie est magnifique, elle rend complètement justice au personnage. Quant à ma collaboration avec Marc Minkowski, c’est comme un rêve devenu réalité. Il n’y a pas tant de chefs d’orchestre au monde avec qui une collaboration se fait de manière si naturelle. J’ai l’impression de pouvoir tout tenter, il me conseille toujours au mieux. J’adore sa vision de la musique, son investissement, ainsi que la très forte connection qui existe entre sa façon de diriger et ce qui se passe sur scène.

MozartVotre premier récital avec orchestre était consacré à Mozart, dont vous avez chanté plusieurs rôles (Konstanze, Fiordiligi, etc.) … que représente Mozart pour vous ?

Souvent je dis en blaguant que je suis la plus grande fan de Mozart, mais il y a du vrai dans cette plaisanterie. Je crois qu’il y a pas besoin d’expliquer le génie absolu qu’il est : sa façon de mettre en musique un livret, de s’intéresser aux personnages, son orchestration, comment il crée des moments pure bonheur musical, etc. Il y a toujours des gens pour le trouver un peu superficiel, pour moi il y a au contraire en lui une grande profondeur poétique et beaucoup de mélancolie. Au-delà de ses opéras, il y a également toute cette merveilleuse musique instrumentale : musique de chambre, symphonies, concertos. Quand je chante un opéra de Mozart, cela m’apprend toujours quelque chose de nouveau sur moi. Son écriture musicale, et tout particulièrement pour la voix de soprano, est éblouissante ; elle met toujours en valeur la beauté et les différentes possibilités de la voix, sans que jamais cela ne soit vide de sens.

Est-il important pour vous de chanter avec des orchestres jouant sur instruments d’époque ?

J’aime les couleurs des deux types d’orchestre, instruments d’époque et modernes. Pour moi, la différence ne vient pas tant des instruments mais de la façon de jouer et de diriger. Je préfère par exemple chanter Bach avec des instruments modernes, si l’orchestre est attentif à la musique, plutôt qu’avec un orchestre sur instruments anciens jouant trop fort ou désaccordé.

Le public parisien va vous entendre en juin prochain dans l’Orlando de Haendel dirigé par René Jacobs. Avez-vous déjà travaillé avec lui ?

Cela sera ma première collaboration avec René Jacobs, et je suis très impatiente. Nous allons d’abord donner cet Orlando en version scénique à Amsterdam, puis en concert, notamment à Paris. J’aime beaucoup les versions de concert, de très belles choses peuvent s’y produire.

Pouvez-vous nous parler de vos futurs projets ou prises de rôle ?

J’ai un très bel agenda à venir ! Tout d’abord, plusieurs collaborations avec Marc Minkowski, et je me réjouis de ces opportunités de travailler avec lui : un Gala de fin d’année autour de Strauss et Lehar, la Passion selon Saint Jean, lesBoréades de Rameau, et encore d’autres concerts. Au Staatsoper de Stuttgart, je vais aborder Zerbinetta, La Folie (Platée de Rameau) et Sophie du Rosenkavalier. J’ai également des concerts prévus au Festival de Salzbourg et vais chanter Minerva dans Il ritorno d’Ulisse de Monteverdi dirigé par Emmanuelle Haïm. Je rêve d’aborder des rôles du répertoire italien, tels que Gilda, Lucia ou Violetta.

Avez-vous d’autres hobbies à part la musique ?

J’ai deux hobbies : le jardinage et la peinture … mais peu de temps pour m’y consacrer. Avant d’étudier la musique, je voulais devenir peintre. Maintenant, cela me prend un an, voire deux, pour finir un tableau. Pour le jardinage, j’essaye de m’y adonner dans la grande ferme que je viens d’acheter. Mais j’ai peur de bientôt devoir engager quelqu’un pour  m’aider!

Connaissez-vous « Il tenero momento », l’air extrait de Lucio Silla de Mozart qui donne le nom à notre site internet ?

C’est une jolie coïncidence : je vais prochainement faire mes débuts à la Scala de Milan dans le rôle de Giunia dans ce Lucio Silla, sous la direction de Marc Minkowski. Je n’ai jamais chanté ce rôle, mais je suis sûre que je serai très bien entourée, et vous ne pouvez pas imaginer à quel point je suis impatiente !

Zing 2012

Plezier belangrijker dan perfectie

Jong en succesvol: sopraan Lenneke Ruiten zingt op internationaal topniveau. Ze heeft in de afgelopen tien jaar dromen zien uitkomen. Voor komend seizoen staan nieuwe droomproducties op de agenda. Ze heeft een mooi vak, vindt ze – maar soms ook niet.

Keuze

Niemand uit mijn familie zingt. Ik ken veel collega’s die ook als enige in de familie zingen. Met muziek begon ik op mijn 9e; toen ging ik fluit spelen, omdat mijn beste vriendin dat deed. Zingen deed ik op de Vrije School, in het koor. Het Requiem van Dvorák, het Requiem van Verdi, de Mozart-mis, met solisten als Robert Holl en met goede orkesten. Ik vond het prachtig! ‘Dit is wat ik wil’, dacht ik. Op mijn 15e deed ik de vooropleiding van het conservatorium en daarna de opleiding fluit. Gaandeweg besloot ik dat ik liever verder wilde in zang en volgde ik de zangopleiding ernaast. Ik wilde het hoogst haalbare: als solist voor het orkest staan. Als zangeres zou me dat beter lukken dan als fluitist. Met zingen zou ik ook een gevarieerder repertoire opbouwen en meer muziekstijlen beoefenen.

Redding

In 2002 won ik de International Vocal Competition. Daarmee begon mijn solo-carrière. Die prijs was een van de mijlpalen in mijn leven. Er komt zó veel op je af. Ik kreeg een aanbieding om me voor twee jaar te verbinden aan de opera in Nürnberg, met grote, zware rollen. Ik kreeg goedbedoelde adviezen: ‘Je moet een internationaal management zoeken’, ‘Je moet met een platenmaatschappij in zee gaan’. Maar ik koos ervoor mezelf verder te ontwikkelen met een hele goede opera-opleiding in München. De echte doorbraak kwam pas in 2009, toen ik een cd met Mozart aria’s wilde uitbrengen. Ik regelde alles zelf: de keuze van orkest, dirigent en opnameleider, maar ook de financiering. Na bijna een jaar lag er een master-cd – ik had alleen geen platenmaatschappij gevonden om de cd uit te brengen. Slapeloze nachten had ik ervan, al die sponsors die vroegen: ‘En… wanneer komt de cd uit?’. Uiteindelijk bracht opnameleider Everett Porter de redding. Hij stuurde de master-cd naar John Eliot Gardiner met de boodschap ‘Luister hier eens naar’. Gardiner deed dat en mailde meteen: ‘Ik wil dat je auditie doet’. Na de auditie nodigde hij me uit voor een tournee met Monteverdi en Bach. Zingen met John Eliot Gardiner: een droom die uitkomt! Met dit verhaal belde ik een platenmaatschappij die misschien geïnteresseerd was; die wilde de cd toen wel uitbrengen. Gardiner heeft me vervolgens bij andere dirigenten aanbevolen.

Verliefd

Mensen zeggen wel: ‘O, wat heeft je stem zich ontwikkeld!’ op een manier alsof je een totaal andere stem hebt gekregen. Maar ik vind dat overdreven. Als ik de eerste en laatste opname van Elly Ameling vergelijk, hoor ik wel verschil – de stem is dieper geworden – maar het is echt dezelfde stem. Ik begon als soubrette: een lichte meisjesstem, flexibel, hoog. Nu krijg ik steeds meer een mezzoklank, met meer diepte. Mijn stem wordt groter en draagt gemakkelijker over orkesten heen.

Die ontwikkeling vertaalt zich in het repertoire. Eerst zong ik Bach en Haydn, werk voor lichte stemmen. Nu komen Strauss en Mahler erbij. Barokmuziek en het klassieke repertoire zijn het repertoire waar ik in eerste instantie verliefd op was. Ik hoop dat mijn stem daar niet te zwaar voor wordt en dat ik dat altijd kan blijven zingen.

Van huis

Laatst werd ik gebeld door mijn agent: ‘Wil je binnen tien minuten beslissen of je in Genève een cd-opname van Bruckner wilt doen, want de Engelse sopraan is zojuist uitgevallen. Je bent dan een week weg’. Dan kijk ik in mijn agenda, ik overleg met Thom en ja, het kan. Twee uur later ben ik op weg naar Schiphol. Doordat ik een buitenlandse agent heb, heb ik bijna alleen maar werk in het buitenland. Afgelopen jaar was ik gemiddeld drie weken per maand van huis. Soms is het te veel: elke week twee, drie keer in een vliegtuig, steeds een ander land, een andere taal, ander eten. Het is voor mijzelf al bijna niet bij te benen… dit vak stelt je relatie wel op de proef!

Machine

Eenzaam ben ik niet op tournee, maar ik voel me wel eens zielig. Ik ben altijd zenuwachtig voor een optreden, of het nu in een huiskamer is of op de Festspiele in Salzburg. Soms is het gezonde spanning, soms voel ik me letterlijk ziek: hoofdpijn, slap, labiel. Door de opgebouwde ervaring wordt het minder erg. Maar soms ga ik het podium op en denk ik: ‘wat is dit toch een rotvak’. Ik voel me dan ellendig, op de rand van neuroses. Ik zing op hoog niveau en ik eis perfectie van mezelf. Dat streven naar perfectie is ook de drive waardoor ik zo ver ben gekomen. Maar het maakt je tot een machine; je bent meer met prestatie bezig dan met plezier. Vorig jaar was ik echt overspannen. Ik heb heel veel gehad aan de ervaringen van collega’s Cyndia Sieden en Deborah York. Zij hebben beiden een moeilijke periode doorgemaakt en zijn er op hun eigen manier uitgekomen. Dat gaf me vertrouwen dat ik er ook uit zou komen. Wat me vooral hielp, was dat ze er zo open over waren. Ik heb van hen geleerd dat je de knop ‘perfectie’ uit kunt zetten en het plezier in zingen weer terug kunt vinden.

Vertrouwen

Dirigenten hebben allemaal hun eigen ideeën over de muziek. John Eliot Gardiner is barokspecialist, Christian Thielemann specialist van het Duitse romantische repertoire. Daar leer ik van. Met Gardiner is het prettig werken, omdat hij de mogelijkheden van de zangstem kent en er rekening mee houdt. Hij weet dat je in de hoogte harder kunt zingen dan in de laagte. Bij hem hoef ik mijn stem dan ook niet in de laagte te forceren om over het orkest heen te komen. Hij dirigeert het orkest en de zangstem als een organisch geheel.

Als zanger – of als musicus in het algemeen – heb je een extern paar oren nodig waarop je volledig kunt vertrouwen. Dat is Thom voor mij. Thom is een van mijn belangrijkste coaches; hij kent mijn stem als geen ander. Hij komt altijd naar een van de laatste repetities en luistert in de zaal. De dirigent en ik staan op het podium en weten niet hoe het in de zaal klinkt. Het komt voor dat de dirigent wil dat ik harder zing dan goed voor me is, en dat Thoms commentaar is: ‘Je kan wel wat minder geven, je wordt echt niet overspeeld door het orkest.’

Gelijkwaardig

Wie me inspireren, zijn mensen die ervoor zorgen dat ik zin heb om te zingen en mijn grenzen te verleggen. Elly Ameling, een van de eersten van wie ik les kreeg, was zo iemand. Ze leerde me niet alleen veel over zang, maar ook over zingen in de praktijk – met lastige dirigenten omgaan bijvoorbeeld. Walter Berry, een andere zangpedagoog, daagde me uit om mijn ziel meer bloot te leggen. Hij zei: ‘Je zingt keurig, maar waar is Lenneke?’. Ik vond dat ik al veel gevoel in mijn lied legde, maar hij prikkelde me om meer te geven en mijn emoties genereus te delen met het publiek.

Ook inspirerend zijn Renée Fleming en Magdalena Kozená; ik ben een grote fan van beiden. Met Renée heb ik vorig jaar gezongen en met Magdalena ga ik komend jaar optreden. Het is leerzaam om hen te ontmoeten, te zien hoe ze zich beschermen en afschermen, hoe professioneel ze zijn, en het is prettig te merken hoe gelijkwaardig beroemde zangers met me omgaan. Naast de stemontwikkeling vind ik optreden met zulke mensen fascinerend aan mijn vak.

Perspectief

Heel veel wensen zijn al in vervulling gegaan: ik heb gezongen met de Wiener Philharmoniker; ik werk met John Eliot Gardiner; ik heb in grote zalen als de Wigmore Hall gestaan. Wat ik nog zou willen zingen, is Vier letzte Lieder van Richard Strauss. En een rol in een opera van Puccini of Verdi zou leuk zijn; dat heb ik nog nooit gedaan. Ook zou ik graag met het Concertgebouworkest in Nederland willen optreden!

Ik heb er lang over gedaan om werk te krijgen. Dat maakte me wel eens onzeker en dan overwoog ik om mijn plannen maar aan te passen. Maar het kwam altijd weer goed. Ik ben nu tien jaar bezig en ik doe wat ik het liefste doe: de ideale combinatie van een tournee met werken van Bach of Händel, een rol in een opera en liedrecitals met Thom. Mooie, verzorgde producties en vooral hele mooie muziek. Bij artiesten wordt veel gehypet: je bent ineens beroemd, maar ook zo weer vergeten. In mijn ontwikkeling zit een continue lijn, en er zit perspectief in. Voor mij is doorzetten en perspectief houden belangrijker dan snel succes.

Ambassadeur jeugdcultuurfonds

‘Ik wist niet dat een operazangeres ook gewoon kan praten!’ – zo reageerde een leerling van een vmbo-school die Lenneke Ruiten als ambassadeur van het jeugdcultuurfonds bezocht. Het fonds draagt bij aan de kosten van lessen op het gebied van cultuur, dans en muziek, voor kinderen van ouders met weinig geld. Ook brengt dit fonds kinderen op school in aanraking met cultuur. Zo zong Lenneke liederen voor de leerlingen en werd ze geïnterviewd. ‘De kinderen vonden het zó leuk!’, zegt Lenneke. ‘Dit soort activiteiten vind ik belangrijk en wil ik graag vaker doen.’

Zing Magazine, Oktober 2012
Marjolein Zinkstok
Noord-Hollands Dagblad 2011

Salzburg koestert Nederlandse sopraan Lenneke Ruiten

‘Mozart er altijd bij’

Ze wordt Dublin wordt ze gezien als Dutch Gold en als ze in Frankrijk begint te zingen vergeten ze daar even hun chauvinisme. DeOostenrijkse pers omschreef de Nederlandse sopraan Lenneke Ruiten als ‘de Mozartstem bij uitstek’ en ‘maatstaf voor het muziektheater in Salzburg’. Ze staat er zelf van te kijken. ,,Salzburg is tenslotte de geboortestad van Mozart.’’
De zangeres is na vier maanden Salzburg weer even thuis in Alkmaar.Toch zal ze de komende maanden nog regelmatig te zien zijn in de stad waar de componist Mozart in1756 werd geboren. Want na haar aandeel in de opera ’Frau ohneSchatten’ van Richard Strauss, zingt ze nu de hoofdrol in ’MusicaSperanza’. Een rond haar stem gecreëerde theatervoorstelling op basisvan muziek van Mozart. Natuurlijk is ze blij weer thuis te zijn, maartoch: ,,Salzburg is beeldschoon. Als ik op de fiets naar het theater ga, rij ik eerst een stukje langs de rivier. Als je dan de stad zo ziet liggen, tussen de bergen met die schitterende natuur, dan word je echt gelukkig. Ik zou daar kunnen wonen. Er is ook bijna geen lelijk gebouw te vinden. Het lijkt wel alsof hier sinds de dagen van Mozart niets isveranderd. Alles is zo diep verbonden met het verleden. Ga je koffiedrinken bij Tomaselli, dan weet je dat Mozarts weduwe Constanze daarom de hoek woonde. Kom je eten bij Sternbräu, dan lees je dat Mozart daar ook vaak kwam. Even verderop passeer je zijn geboortehuis en tegenover het Landestheater waar ik nu optreed, heeft hij later gewoond. Het theater zelf is gebouwd door zijn vriend Schikaneder.”

Risico

,,Als je al die tastbare verbindingen met Mozart tot je laatdoordringen, dan wordt het zingen van zo’n voorstelling bijna eenreligieuze ervaring. Dan is het helemaal niet meer zo gek dat ze daarin dat theater van zijn Mis in C een theatervoorstelling hebbengemaakt: ’Musica Speranza’. Toch was het spelen van die productie indeze stad een risico, want artistiek is het publiek is hier toch een beetje conservatief. Dat is niet gewend dat je een uitgesproken katholieke mis verwerkt in een verhaal op het toneel. Uiteindelijk heeft de nieuwsgierigheid van de Oostenrijker gewonnen van de argwaan.We spelen elke avond voor een volle zaal en de mensen reageren geweldig.’’,,We vertellen niet echt een verhaal, maar laten zien dat er zelfs op de donkerste momenten in je leven nog hoop is. Je hoort dat terug in de aria’s die we gebruiken en natuurlijk in die mis, die Mozart voor Salzburg schreef. Ook het ballet sluit daar volledig bij aan. Bij een opera hebben deze dansers vaak het gevoel dat ze er maar zo’n beetje bij horen, maar hier zijn ze echt deel van de voorstelling: elk personage heeft in een danser zijn eigen schaduw. Dat is ook voor onsinspirerend, we bewegen zelf mee en de dansers vinden dat prachtig. Dat zie je. Eigenlijk is hier een nieuwe theatervorm ontstaan. Pure muzikale expressie.’’
Ontwikkeld

De carrière van Lenneke Ruiten heeft zich het laatste jaar snel ontwikkeld. Aan Mozart te danken.,,Een paar jaar geleden zong ik voor de Duitse zender NDR de rol van Blondchen in de opera ’Die Entführung aus dem Serail’. Daar ontstond het idee om zelf een Mozart-cd te maken. De platenmaatschappijen kenden me niet, dus moest ik zelf het initiatief nemen. Het lukte me het sponsorgeld te verzamelen. Daarmee kon ik het Concertgebouw Kamerorkest vragen om me te begeleiden, met Ed Spanjaard als dirigent. We namen toen een aantal concertaria’s op, plus zijn Exsultate Jubilate. Everett Porter, die de opname leidde liet het materiaal horen aan Sir John Eliot Gardiner. Die vroeg me te komen voorzingen en nodigde mij uit voor drie tournees met muziek van Bach en Monteverdi.”,,Blijkbaar kreeg ik daarmee een soort kwaliteitsgarantie, want kort daarna wilde Pentatone mijn cd internationaal uitbrengen. Daarop volgden allerlei nieuwe uitnodigingen, zowel voor concerten als opera’s. Vandaar ik nu op de Festspiele kon werken met Thielemann en de Wiener Philharmoniker en volgend jaar ga ik met hem naar het Festspielhaus in Baden Baden. Bovendien werd ik gevraagd voor een cd van het Requiem van Johann Christian Bach.’’
Gardiner maakte naam met de oudere muziek zoals die van Bach en Mozart, terwijl Tielemann internationaal naam maakte met het laatromantische repertoire, bijvoorbeeld Wagner en Strauss.,,Toch hebben die twee dirigenten veel gemeen. Ze zijn heel secuur en weten precies wat ze willen. Toch zijn ze ook enorm expressief en gunnen je binnen hun grenzen dan ook de vrijheid om te zingen zoals jij denkt dat goed voor je is. Ze zijn een soort architecten met klank. Geen mannen die te keer gaan met wilde gebaren, maar die eerder met hun ogen een orkest leiden. Musici voelen op hun beurt precies aan wat ze bedoelen en dat geeft zulke mooie resultaten. Dat merkte ik deze zomer heel sterk bij de Wiener Philkharmoniker, die je kent van de Nieuwjaarsconcerten. Alles blijkt dan bijna als vanzelf te gaan. Foutloos.’’
Blijheid

,,Intussen heb ik ook kunnen werken met bijvoorbeeld Helmut Rilling. Hij is dienstbaar aan de solist en stelt het orkest in jouw dienst. Ton Koopman is een en al inspirerende blijheid is. De komende dagen werk ik met Otto Tausk. Relatief jong, maar wát een talent. Fantastisch dat hij een kans als chef-dirigent bij de opera in Sankt Gallen krijgt. Toen ik met hem bij Holland Symfonia een serie Nieuwjaarsconcerten gaf, hadden we daar allemaal zoveel plezier in, dat we meteen besloten nog een project aan te gaan.”,,We dachten beiden vrijwel meteen aan ’Les nuits d’été’ van Berlioz. Geen Mozart maar prachtige Franse romantiek. Nogal intiem, heel persoonlijk. Hij gebruikte daarvoor poëzie uit de bundel ‘La comédie de la Mort’ van Gautier. Het zijn gedichten met een wat duistere ondertoon, de meeste gaan over dood en gemis. Toch zing je Berlioz niet veel anders dan Mozart.’’Daarna eist Mozart haar weer op, want naast ’Musica Sprenza’ en in november gaat ze op tournee met Frans Brüggen en diens orkest van de Achttiende Eeuw. Ze zingt dat de hoofdrol, Konstanze, in ’Die Entführung aus dem Serail’.,,Dat is inderdaad veel Mozart, maar zijn muziek is dan ook heerlijk om te zingen. Met zijn repertoire blijft je stem echt fit. Veel componisten kunnen mooie melodieën schrijven, maar Mozart kan je stem ook werkelijk spectaculair laten klinken.
Vuurwerk

De concertaria’s die ik in Salzburg zing bieden een en al vuurwerk. Hij wist destijds heel goed voor wie hij die stukken schreef en het kan niet anders of hij heeft van de stemmen van die vrouwen gehouden. Ook van die vrouwen zelf, denk ik. Zoals Aloisia Weber, de vrouw die later zijn schoonzuster werd. Ik heb de indruk dat ook het publiek dat voelt, want als ik zo’n aria zing ontstaat er in de zaal een heel speciale sfeer. Als je die dan ook nog mag zingen in de stad waar hij is geboren en waar hij woonde en werkte, dan wordt dat allemaal nog veel sterker. Eerlijk gezegd heb ik hier nog geen voorstelling gehad zonder dat ik die bijna voelbare aanwezigheid van Mozart besefte.’’

Noord Hollands Dagblad, Oktober 2011
Hans Visser
Luister, 2011

Het veelzijdige talent van Lenneke Ruiten

Of ze het wel moest doen, had ze zich afgevraagd. Een paar kleine partijen in Richard Strauss’ opera Die Frau ohne Schatten, tijdens de Salzburger Festspiele? Zo ver is Lenneke Ruiten inmiddels dat ze het zich kan permitteren kritisch na te denken over de rollen die zij krijgt aangeboden. Wanneer ik de Nederlandse sopraan half augustus spreek, heeft ze al een paar voorstellingen van de spraakmakende Festspiel-productie van Christoph Loy en Christian Thielemann achter de rug en hebben haar aanvankelijke bedenkingen plaats gemaakt voor enthousiasme. De sensatie van de allereerste repetitie met de Wiener Philharmoniker: ‘Ik wist dat ze goed waren, maar die klank en daarin opgenomen te worden: de tranen sprongen in mijn ogen!’ Wat trouwens ook hielp was het besef hoeveel grote zangeressen hun debuut al maakten met dit soort kleine partijen in Die Frau ohne Schatten. Als opstapje voor het grotere werk, natuurlijk. Een  indicatie voor haar eigen carrière? ‘Ik ben op een interessant punt aangekomen’, geeft ze toe, negen jaar na haar overweldigende prijzenslag tijdens het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch. ‘Ik doe nu de kleine rollen in grote producties met topdirigenten op de belangrijke festivals, en de hoofdrollen zing ik bij de subtop. Het ziet ernaar uit dat ik een volgende stap ga maken. Welke, daar kan ik nog even niets over zeggen.’

Maar Lenneke Ruiten was deze zomer niet uitsluitend in Salzburg om haar debuut te maken tijdens de Festspiele. In het Salzburger Landestheater gaat komend seizoen het opera-pasticcio Musica speranza, een geënsceneerde productie van regisseur Andreas Geier. Met Mozarts opera-achtige Mis in c-klein en negen van zijn mooiste concertaria’s als basis voor een eigentijdse geschiedenis over ontheemding en cruciale levensbeslissingen, werd dit stuk haar – letterlijk – op het lijf geschreven. Ja, haar Mozart-cd Exsultate, Jubilate, vorig jaar op eigen initiatief bij Pentatone uitgebracht, met het Concertgebouw Kamerorkest onder leiding van Ed Spanjaard, heeft de beoogde spin-off  opgeleverd. ‘Artiesten worden nu eenmaal serieuzer genomen als ze een echt mooi album hebben,’ stelt ze nuchter vast. Critici  bejubelden haar ‘stratosferische hoogten’, altige laagte, bezielde uitvoering en gevoel voor kleuren. Zij gaf er een klinkend visitekaartje mee af et voilà, de technische perfectie voor Mozarts ‘geläufige Gurgel’ plus de dramatische verbeeldingskracht om aria’s tot complete scena’s te transformeren, bleken goed voor een nieuwe fase in haar carrière.

Zo meldde barokspecialist John Eliot Gardiner zich en noteerde haar meteen voor drie Bach-tournée’s. Ze gaat naar Baden-Baden, naar Japan en China. En dan zal ze komende november de rol van Konstanze vertolken in een semi-geënsceneerde Entführung aus dem Serail bij Frans Brüggen en het Orkest van de Achttiende Eeuw. ‘Ik begon ooit met Blondchen en blijf dol op pittige Mozart-dames  die geen blad voor de mond nemen. Maar nu ben ik in zangtechnisch opzicht toe aan Konstanze. Bovendien, heerlijk, om weer eens  op het podium van de Grote Zaal in het Amsterdamse Concertgebouw te staan.’

De uitnodiging om met het RIAS Kammerchor en de Akademie für Alte Musik Berlin het Requiem en Miserere van Johann Christian Bach op te nemen, heeft inmiddels een schitterende cd bij het kwaliteitslabel Harmonia Mundi opgeleverd. Onbekend repertoire, niet haar natuurlijke habitat, maar het bleek erg mooie, kleurrijke, afwisselende muziek. ‘Ik heb een prachtige partij, twee mooie aria’s en een paar ensembles, en Harmonia Mundi heeft een enorme uitstraling. Kijk, ook in de cd-wereld geldt, hoe hoger je komt, hoe meer er naar je geluisterd wordt en hoe meer nieuwe kansen je krijgt. En voor een Mozart-fan als ik was het fascinerend om de invloed van Johann Christians muziek op de jonge Mozart te herkennen’.

Tijd voor de vraag hoe zij zich thuis kan voelen in verschillende tijdperken en genres terwijl ze zo duidelijk floreert bij gespecialiseerde ensembles en dirigenten. Koerst ze af op het predikaat ‘veelzijdig’? ‘Tja, ik heb me nooit willen specialiseren, gewoon omdat ik zoveel muziek zo mooi vind. In mijn middelbareschoolkoor zong ik al van alles en tijdens mijn fluitstudie heb ik ongelooflijk veel orkestpartijen moeten instuderen. Dat heeft mijn brede smaak gevormd. En er is voor mijn stemvak zo veel geschreven dat geschikt is. Het gaat niet om een periode, het gaat om het kiezen van de juiste rollen. En om stilistisch flexibel te zijn, natuurlijk.’ Heeft ze voorbeelden? ‘Met een dirigent als John Eliot Gardiner werken en niet non-vibrato kunnen zingen, dat kan niet. En zingen bij Christian Thielemann zonder lyrisch gevoel, is uitgesloten.’

Leerzaam, om vrijwel gelijktijdig bij beide dirigenten gezongen te hebben. ‘En het voordeel van die kleine rolletjes in Die Frau ohne Schatten? Alle tijd  om naar de monitor te kijken. Het orkest buldert en toch blijvenThielemanns gebaren klein en exact. Hij slaat niet voor de tel, doet heel veel met zijn ogen. Even meer eerste violen, even meer bassen, weer terug, geen omstandig gedoe maar wel het maximale uit het orkest halen. Het levert een soort eenvoud op, alsof het kamermuziek is. En bij Gardiner gaat het net zo. Het is vaak minder ingewikkeld dan we denken.

Luister Magazine, September 2011
Marijke Schouten