Recensies
Ruiten, RTÉ NSO / Markson National Concert Hall, Dublin
I was looking forward to hearing Lenneke Ruiten, and she did not disappoint. This Dutch soprano made a strong impression during her Irish tour last year, and in this concert she sang Mozart's lovely motet Exsultate, Jubilate, written for a virtuoso Italian singer when the composer was just 17.
Ruiten's singing was captivating. With no obvious effort, she met the legion of technical challenges, from sustained cantabile to florid coloratura. But above all other things was her deep musicality and her ability to make virtuosity serve expression. Like all true treats, it made you feel good.
The Irish Times, Monday July 14, 2008 (Martin Adams)
Eire des bijoux
West Cork Chamber Music Festival, Bantry (Irlande)
...Découverte de ce festival, la jeune soprano Lenneke Ruiten [notre photo] en compagnie de partenaires à sa mesure, Sharon Kam (clarinette) et Finghin Collins (piano), dans les Six German Songs de Spohr.
Diction superlative, projection aisée, fraîcheur de son, la Néerlandaise fait merveille. Vous avez dit Barbara Bonney?...
Diapason, septembre 2007, France
Ruiten, Collins, Christ Church Cathedral, Dublin
Music Network tour with pianist Finghin Collins, Ireland (February 15-22, 2007)
The Dutch soprano Lenneke Ruiten does not just have an outstanding voice, easily capable of the widest range of volume and colour. She makes a song disclose the feeling that inspired the poetry.
The success of this concert, the last of six in a Music Network tour with pianist Finghin Collins, also lay in the programme. Songs by Mozart and Turina's Tres Poemas were the frames for thematic groupings by Schumann, packed with floral imagery; by Strauss on motherhood; Poulenc's cycle La courte paille; and songs by Duparc on death.
Ruiten and Collins were an always-reliable partnership.
Lenneke Ruiten made no attempt to be aurally or visually spectacular. She just became each song in turn; and the ability to get on with that most subtle of tasks was underlined when a few quiet sniffs towards the end revealed that she had a cold.
There's nothing precious in this young woman's temperament or musicianship! The immediate contrasts and stylishness of the Poulenc, the voluptuousness of Duparc's Extase and Élégie, and the intimacy of the Schumann - all those were taken in her stride.
If I had to pick one moment, it would be Strauss's Wiegenlied Op. 41 No 1. I have heard this song's extraordinary, soaring and sustained lines many times, from some excellent singers. But never have I heard it sound with such quiet ecstasy that it seemed breathless. Of course, it wasn't really breathless; but that's the art of song. It was a moment I wished to preserve. I can't. But Ruiten will do it again.
Irish Times, Saturday, February 24, 2007 (Martin Adams)
Lenneke Ruiten verrassend nieuwjaarsgeluid
Het geluid van knallende kurken, An den schönen blauen Donau en de Radetzky Mars. Dat moet een nieuwjaarsconcert zijn geweest. En dat was het ook. Dirigent Michel Tabachnik zwaaide zijn NNO-ers in vrijwel alle clichés die in dit verband denkbaar waren. Van de Strauss-polka 'Auf der Jagd' tot het 'Unter Donner und Blitz', waarin het slagwerksectie nog eens even extra van zich liet horen.
Wat opviel was de charme, de bescheiden orkestklank en de schwung die de chef-dirigent hier en daar aanbracht. Soms geslaagd. Soms - in het geval van de 'blauen Donau'- wat kunstmatig. Maar wel was alles verpakt in een uitgekiend klankbeeld vol vloeiende, tot dansen verleidende lijnen. Music for the millions op niveau, met als verrassing ook nog eens een soliste die er niet om loog. Sopraan Lenneke Ruiten, jaren geleden laureaat van het prestigieuze Internationale Vocalistenconcours Den Bosch.
Niet voor niets serveerde ze de ene toegift na de andere, want het publiek kon maar geen genoeg krijgen van haar elegante, egale en vooral ronde geluid, waarin nergens een ongerechtigheid viel te ontdekken. Meteen in een Händel-aria uit Giulio Cesare was het al raak en kon men horen hoe muzikaal en bezield deze sopraan door de barokke partituur ging. Het is een aria die klein, intiem moet worden gehouden en daar is Ruiten blijkbaar een meester in. Ook ander repertoire, veelal geschikt voor een zelfde benadering, kwam goed over het voetlicht.
Puccini's Musetta bijvoorbeeld uit 'La Bohème' die in de toegiften verscheen. Of 'O mio babbino caro', een andere bonbon van deze componist. Of - hebben we het ooit verrukkelijker gehoord ? - de vocale wals Frühlingstimmen van Johan Strauss jr..
Leeuwarder Courant 06-01- 2007 Rudolf Nammensma
Genieten van smaakvol licht gebrachte muziek
Het is bijna ondenkbaar dat op een nieuwjaarsconcert geen walsen en galoppen van Johann Strauss II gespeeld worden, of we nu in Wenen zijn of niet. Die kunnen gecombineerd worden met lichte opera-aria's en operetteliederen, liefst met een zangeres in de daarbij behorende flamboyante toiletten.
Strauss ontbrak dan ook niet in het programma van het Noord Nederlands Orkest, dat begon met de Schöne blaue Donau en eindigde met de Radetzk Mars, waar we onder leiding van Michel Tabachnik blij mochten meeklappen. Maar zo populair was het bij het NNO verder niet, want de met verve dirigerende Tabachnik regisseerde zijn Strauss zodanig dat ook diens puur muzikale kwaliteiten zorgvuldig belicht werden. De operaselectie van zangeres Lenneke Ruiten was serieus van toon, met aria's die grotendeels nogal ernstig waren en ook zo werden gezongen. Het was genieten van voorbeeldig vormgegeven zang. In de kantlijn moet daar wel bijgezegd worden dat Händel en Rossini haar beter liggen dan iets uit Adriana Lecouvreur van Cilea, waarbij een iets breder stem op zijn plaats is. Anderzijds was Verdi's Caro Nome volstrekt gaaf van sfeer, net als O mio babbino caro van Puccini. De met lichte toets gezongen Strauss in driekwartsmaat liet haar van haar lichtste kant horen, maar dan wel smaakvol licht.
Dagblad van het Noorden 05-01-2007 Paul Herruer
Nieuwjaarsconcert NNO is uitbundig
.Belangrijk element in de feestvreugde was naast de musiceervreugde van Tabachnik en zijn muzikanten de uitbundige en parelende muzikaliteit van sopraan Lenneke Ruiten. Ze moest misschien een tikje op gang komen, maar al snel groeide de bewondering voor de fantastische beheersing, de zonder uitzondering trefzekere zuiverheid, de lichtheid en ongeforceerdheid van deze prachtige sopraanstem. Jammer was dat een tekstboekje ontbrak, zodat we de uitgebeelde emoties slechts globaal konden volgen. Maar dat deerde deze keer toch maar nauwelijks. Ruitens muzikaliteit overtuigde volkomen. Zo werd dit een avond die het publiek volop in het feestje betrok, van het Friese volkslied aan het begin, via de Fries gesproken nieuwjaarswens van de dirigent, naar de enthousiast, op aanwijzing van de dirigent afwisselend hard en zacht, meegeklapte Radetzymars.
Friesch Dagblad 06-01-2007 Dingeman van Wijnen
Erlebnis Stechau
Brandenburgische Sommerkonzerte mit Rossini und Mozart im Schlosspark
Kaffe, Kuchen, Rostbratwurst, Schliebener Wein und leichtes Flanieren eleganter Damen und Herren unter schattenspendenden Bäumen: mehr ländlich edles Ambiente ist einfach nicht zu haben. Trotzdem war dies nur die Einstimmung in die Open-Air-Operngala der Brandenburgischen Sommerkonzerte im Schlosspark Stechau.
Die Hauptakteure waren zwei junge Sänger und ein vorzügliches Kammerorchester. Die Sopranistin Lenneke Ruiten und der Altus Yosemeh Adjei sangen Arien und Duette von Gioacchino Rossini und Wolfgang Amadeus Mozart, begleitet von der Polnischen Kammerphilharmonie unter der Leitung von Wojciech Rajski.
Man erlebte zwei Stars auf der Startrampe. Yosemeh Adjei hat eine sinnlich und offen klingende Altstimme, weit entfernt vom oft gehörten, engen Fistelton, der dieser Stimmlage gern anhaftet. Die Niederländerin Lenneke Ruiten studierte in Alkmaar und München und spezialisierte sich in Österreich und Frankreich auf das deutsche und französische Lied. Trotzdem ist sie ein Operntalent im lyrischen Fach und im Belcanto. Die glänzende Virtuosität, die die typischen Belcanto-Partien verlangen, kann sie mit Emotionalität und Ausdrucksvermögen aufladen. Genau das wünscht man sich in Mozart-Opern. Ihre stärksten Momente hatten die Sänger in drei Szenen aus der Rossini-Oper Tancredi.....
....Tancredis Geliebte Amenaide gehört der Gegenpartei des Helden an, auch dies Gelegenheit zu einer innigen Gesangsnummer, die Lenneke Ruiten schlichtweg hinreißend sang. Noch besser gelang ihr nur Mozarts Konzertarie Bella mia fiamma, komponiert für Josepha Duschek, in deren Prager Haus Mozart eine glückliche Zeit verlebte. Mozart schrieb Josepha eine klingende Liebeserklärung, Lenneke Ruiten holte sie in die Gegenwart.....
....Zurück zu Rossini. Natürlich hat das Liebespaar Tancredi/Amenaide eine in Freud und Leid zerrissene, hinreißende Duettszene. Deren schönste Passage musste als Zugabe am Ende wiederholt werden, so gut gelang sie den Beiden.....
Lausitzer Rundschau, 24. Juli 2006, Irene Constantin
Schleswig-Holstein-Musik-Festival, 18-07-2006
Mozarts 'Entführung' mit kabarettreifen Sprüchen
HANNOVER. Scharfe Konkurrenz fürs Opernhaus aus dem Funkhaus: Mozarts 'Entführung' ohne Bühnetechnik - nur Kunstpalme, Sonnenschirm und Sitzgelegenheiten dümpeln auf dem Podium des Großen Sendesaales vor dem Orchester. Trotzdem ist der Saal voll besetzt und das Publikum zum Schluss total begeistert.
Ein Grund: Herbert Feuerstein spielt den Bassa Selim; er hat die angestaubten Zwischentexte aufgefrischt. Der Bassa kommentiert die Handlung mit kabarettreifen Sprüchen....
...Auch die Solisten sorgen für Begeisterung. Lenneke Ruiten singt ein wunderbar agiles, hell strahlendes Blondchen. Passend zum Gärtner Pedrillo: Andreas Winkler auf den Punkt präsent mit lockerem, klarem Tenor. Elena Mosuc gibt eine recht dramatische Konstanze, die trotz Stimmgewichts die Koloraturen ganz munter hinkriegt. Steve Davislims Belmonte zeigt tenoralen Schmelz und hübsche warme Klangfarben.
Dass man sich mit Aurelia Eggers' szenischer Einrichtung groß in Szene setzen kann, beweist Michail Schelomianskis Osmin mit enormem Spielwitz. Sein Name hat Klang, die Stimme Tiefgang, wie es sich für einen Haremswächter gehört.
Riesenbeifall für knapp drei Stunden Opernspaß auf hohem Niveau.
Neue Presse, 18-7-06, von Günter Heiss
Herbert Feuersteins Annäherung an Mozarts "Entführung"
Flensburg - "Meine Konstanze: gekauft, bezahlt, aber noch nicht ausgepackt!" So knapp hat noch niemand die Problemlage zusammengefasst, mit der der Bassa Selim in Mozarts Singspiel Die Entführung aus dem Serail drei Akte lang zu kämpfen hat. Wenn es dann auch noch Herbert Feuerstein leibhaftig ist, der diese Worte spricht und sich dabei der Widerspenstigen nähert, hat er damit Hoch- und Tiefkultur auf einen Nenner gebracht. Mit seiner persönlichen Lesart der Oper hat sich der Komiker am Dienstag in die Schar der Mozart-Gratulanten eingereiht. Als Moderator und Bassa Selim hatte er die Lacher im Deutschen Haus Flensburg dabei vom ersten Ton an auf seiner Seite. Und selbst weniger geglückte Kalauer kommen aus dem Munde des Komikers einfach gut, der die Rezitative der Oper für seinen SHMF-Auftritt durch eigene Texte ersetzt hat.
Ein bisschen wirkt diese nun wie eine Mozart-Revue, in der den Sängern die Rolle der Highlight-Lieferanten zufällt. Da ist zum Beispiel der kurzfristig eingesprungene Jörg Dürmüller, als Tenor ganz dem unverbildeten Schönklang verpflichtet. Den frei und natürlich formulierten Liebeschwüren seines Belmonte hört man gerne zu. Mit einem ähnlichen Gesangsideal und einem noch helleren Timbre scheint ihm Andreas Winkler als Pedrillio nachzueifern. Es ist nichtsdestotrotz hübsch anzusehen, wie dieses Paar seine Possen mit Michail Schelomianski treibt, der die Rolle des Osmin (Feuerstein: "Ein Seele von Mensch!") erstaunlich lyrisch ausgestaltet.
In dem rührenden Kulisschen auf der Bühne des Deutschen Hauses erlebt man dabei keineswegs die angekündigte konzertante Aufführung, sondern auch viel Bewegung: etwa wenn Feuersteins Lippen sich denen der Konstanze (mit vollem, dunklem Edelsopran: Elena Mosuc) nähern und die im letzten Moment deutlich macht, dass sie in Sachen Leidenschaft doch weiter auf ihre Altersklasse setzt. Die agilste Erscheinung unter den Solisten ist allerdings Lenneke Ruiten, deren federleichter Sopran keine Wünsche offen lässt. Dass das Orchester auch ihn nur selten übertönt, spricht für das im Verlauf der Aufführung immer besser funktionierende Feintuning zwischen den Sängern und der NDR Radiophilharmonie, die unter Alessandro de Marchi spritzig und gewichtslos zum Einsatz kommt. Einen wunderbar frischen Akzent setzt am Rande dabei der Schleswig-Holstein Festival Chor, der seinem ersten Leiter Terry Edwards auf diese Weise ein hervorragendes Zeugnis ausstellt.
Oliver Stenzel, Kieler Nachrichten vom 20.07.2006
Lenneke Ruiten Kunstkoningin van Alkmaar
ALKMAAR - Appels en peren vergelijken met perziken, pruimen en sinaasappels. En omdat het om smakelijk kwaliteitsfruit ging, werd de exercitie nog eens extra bemoeilijkt. Zo omschreef burgemeester Van Rossen het moeizame selectieproces. Toch kwam de jury tot een heldere uitspraak. Sopraan Lenneke Ruiten is de winnares van de Cultuurprijs 2006.
Het was geen makkelijke beslissing, zoals uit het juryrapport bleek. Vijf kandidaten uit vijf verschillende disciplines. Dat waren de appels en de peren. Hoe verhoudt Simone van der Vlugt zich tot filmmaker Frans de Jong? De fotografe Hellen van Meene tot het Jongeren Theater Alkmaar? Afwegingen die vrijwel niet objectief te maken zijn. Bovendien is het kunst- en cultuurklimaat de laatste jaren in Alkmaar aanzienlijk verbeterd, waardoor de kwaliteit van de kandidaten voor de prijs zeer hoog lag.
Simone van der Vlugt brak vorig jaar als publieksschrijver door met haar tweede thriller 'Schaduwzuster' en heeft een indrukwekkend oeuvre op gebouwd met haar historische jeugdromans. Van der Vlugt toont haar betrokkenheid met Alkmaar door regelmatig workshops te geven op scholen en in de bibliotheken. Meldde de jury. Het werk Hellen van Meene is doorgedrongen tot expositieruimten van Londen, Parijs en Tokio Maar haar foto's doken afgelopen weekeinde ook op in De Rijp bij de tentoonstelling Kunst op Kamers. Frans de Jong is als jonge aankomende filmmaker bezig om snel naam te maken, met een eigenzinnige beeldtaal, die hem onderscheidt van de gevestigde orde.
Het JTA was volgens de jury de beste in de categorie theater, net als bij de vorige aflevering. Het enthousiasme waarmee deze groep jonge acteurs en actrices zich op het vak storten is fascinerend en volgens de jury van een dusdanig hoog niveau dat telkens weer spannende voorstellingen ontstaan.
Maar deze vier hebben de prijs niet gekregen. Uiteindelijk waren de argumenten in het voordeel van Lenneke Ruiten. Het rapport was luid en duidelijk; ,,Haar carrière is nog pril, maar Lenneke Ruiten heeft nu al een internationale uitstraling. Haar stralende stem bezorgt haar in Nederland vele uitnodigingen om bij gerenommeerde orkesten, koren en operagezelschappen solopartijen te zingen. Ook het buitenland heeft haar weten te vinden. Ondanks deze prestigieuze uitnodigingen voelt zij zich niet te groot om nog steeds op treden tijdens de Lindegrachtconcerten in Alkmaar.
In haar repertoirekeuze voor liedrecitals is ze smaakvol en trouw aan artistieke kwaliteit. Door haar persoonlijke uitstraling slaat ze tijdens haar concerten moeiteloos een brug van de klassieke zangkunst naar een breed publiek van alle leeftijden. Haar repertoire bevat zowel opera's, oratoria, als liederen van componisten als Brahms en Schubert. Met haar Franse cd 'Mélodies Françaises' stond ze wekenlang op de eerste plaats van de klassieke tros Top 50 van Radio 4.
Tot zover. Meer onderbouwing zou slechts franje zijn. De wapenfeiten spreken voor zich en mogen gelden als een objectief oordeel. In elk geval tot zoo8 is Lenneke Ruiten de koningin van de Alkmaarse cultuur.
Noord Hollands Dagblad, 01-06-2006 (André Hoogeboom)
Kostbarkeiten der Liedkunst im Rothahasaal
Liedgesang gilt vielen als die Krone der Gesangskunst, weil hier in der engen Verbindung von Wort und Musik die herrlichsten Wirkungen entstehen. Freilich erschließen sich diese Kostbarkeiten nur beim konzentrierten Zuhören. Fast so etwas wie ein Geheimtipp war deshalb bei der Musikgemeinde Ober-Roden der Liederabend der holländischen Sopranistin Lenneke Ruiten und ihres Klavierpartners Thom Janssen. Sie spannten mit ihrem Programm einen weiten Bogen von Mozart bis zum französischen Impressionismus. Wunderbare Gedichte eines ganzen Reigens französischer und deutscher Dichter lagen den Kompositionen zugrunde; immer wieder war die Liebe das Thema, mal symbolisch verklärt wie bei Schubert oder eher expressiv erotisch, wie in dem selten gehörten Liederzyklus von Rudi Stephan, einem Komponisten am Ausklang der Romantik. Wahres Entzücken bereitete dabei die Klarheit und Frische, mit der die junge Sängerin in die Lieder quasi hineinschlüpfte, so intensiv ging sie auf den Inhalt an Text und Musik ein. Eine klare, geschmeidige und wunderbar bewegliche Stimme stand ihr wie selbstverständlich zur Verfügung, doch geriet sie nie in Versuchung, zu deklamieren. Selbst wenn der Komponist im Pathos schwelgte, erhielt sich Lenneke Ruiten die Natürlichkeit ihres Ausdrucks, so dass man gerade die Strauß-Lieder selten so überzeugend hören konnte.
Hier ist zu betonen, dass die Sopranistin in Thom Janssen einen aufmerksamen Begleiter hatte, der mal ihre Interpretation durch selbstbewusste Akzente stützte, dann wieder sich ganz zurücknahm im Gesamtklang. Zum Höhepunkt des Abends gerieten gerade die Lieder der Franzosen Ernest Chausson und besonders Claude Debussy. Seine Klangbilder wie Clair de lune sind von einer Dichte, dass die Hörer atemlos lauschten, wie Stimme und Klavier zur Einheit verschmolzen. Da brauchte es schon eine Zugabe, um den Bann zu lösen: Mit den Chemins de l'amour von Francis Poulenc im Ohr konnte man beschwingt den Heimweg antreten.
Offenbach-Post 14-03-2006 (Ulrike Stahn)
Eine Sternstunde
Das 5. Konzert der 33. Konzertreihe der Musikgemeinde Ober-Roden vom vergangenen Freitag wird noch lange in Erinnerung bleiben: Am Abend des 10. März erlebte ein begeistertes Auditorium eine Sternstunde deutscher und französischer Liedkunst mit der niederländischen Spitzensopranistin Lenneke Ruiten.
Mit ihr hat man eine ideale Interpretin des Kunstliedes gefunden die mit ihrer außergewöhnliche Ausdrucksfähigkeit, ihrer Hingabe, gepaart mit einer vollen, strahlenden Sopranstimme sowohl das deutsche Liedgut, vertreten durch Schubert, Rudi Stephan, Strauss und Brahms sowie die ausdrucksvollen Chausson- und Debussy-Lieder zum musikalischen Ereignis machte.
Ihre Sopranstimme, die auf der Opernbühne ebenso wie im Kammermusiksaal durch ein lyrisches, aufgeladenes Timbre einnimmt, beeindruckte mit ihrer raumfüllenden Strahlkraft und zog mit ihrer Expressivität, ihren exquisiten Piani und den glockenartig sich öffenden Höhen das Publikum in Ihren Bann.
Eine junge Sängerin bestach zudem durch ihre faszinierend bewegliche Stimme, ihre makellose Technik und Ihre charmante Natürlichkeit. Spätestens mit der Zugabe des herrlichen Poulenc-Liedes 'Les chemins de l'amour' hatte sie die Herzen ihrer Zuhörer gewonnen.
Thom Janssen als excellenter Liedbegleiter fügte die Klänge des Pianos und Frau Ruitens Stimme meisterhaft zu einer vollendeten Einheit zusammen. Beide Künstler wurden mit überwältigendem Schlußapplaus bedacht.
Darmstädter Echo 11-03-2006 (Sabine Beschmann)
Delft Chamber Music Festival 2005
Hemelse somberte van veelbelovende sopraan Ruiten
En de jonge sopraan Lenneke Ruiten, die drie jaar terug het Internationaa1 Vocalisten Concours won, gaf een fraaie staalkaart van haar vermogens. Een echte revelatie was Schuberts Der Hirt auf dem Felsen waarin ze blijmoedig gejodel afwisselde met hemelse somberte. Haar soepele, frisse geluid kwam voortreffelijk tot zijn recht in een aantal Debussy-liederen en wierp een zonnig licht over de nogal oubollige Schotse liedzettingen van Beethoven
Volkskrant 1-8-2005, Frits van der Waa
Een van de hoogtepunten van het afgelopen weekeinde was het optreden van de sopraan Lenneke Ruiten. Drie jaar geleden werd zij na afloop van het internationaal concours in Den Bosch overladen met prijzen en sindsdien gaat het voortdurend bergopwaarts. De weergave van enkele liederen van Debussy, met Thom Janssen aan de piano, was subliem. Frisheid van klank, subtiliteit in de uitbeelding, wat wil men nog meer. Sinds Elly Ameling heeft geen Nederlandse zangeres in dit repertoire een dergelijke hoogte bereikt
Haagse Courant, 1-8-2005, Aad van der Ven
Na de pauze was er een hoofdrol voor sopraan Lenneke Ruiten. Een hoofdrol die zij met allure invulde. Eerst met Miroir de peine van Hendrik Andriessen en daarna met een achttal liederen die Debussy voor zijn jeugdliefde Madame Vasnier (een amateur-zangeres) componeerde. Ruiten werd in de prachtige cyclus van Andriessen bijgestaan door het tienkoppig huis-strijkersensemble, waarin onder anderen Van Keulen, Liza Ferschtman en Quirine Viersen speelden. Ruiten kroop diep in de teksten en bewees na haar geslaagde cd met Franse liederen andermaal dat zij in dit repertoire bijzonder thuis is. Thom Janssen begeleidde haar in de Debussy-liederen met veel verbeelding, door Ruiten gepareerd met topvertolkingen
Trouw, 2-8-2005, Peter van der Lint
Cd: MÉLODIES FRANÇAISES
In 2002 werd het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch met overmacht gewonnen door de Nederlandse sopraan Lenneke Ruiten. Maar liefst vijf prijzen sleepte zij in de wacht, waaronder de Caroline Kaart-prijs. Die prijs hield in dat Ruiten een cd mocht opnemen. En die is er nu. Ruiten en haar vaste begeleider Thom Janssen kozen voor Frans repertoire met liederen van Fauré, Chausson, Poulenc en Duparc. Naast overbekende liederen als Fauré's Après un rêve en Duparc's Soupir valt hier ook van redelijk onbekende stukken van Chausson en Poulenc te genieten. De kwikzilveren sopraan van Ruiten past uitstekend bij deze muziek; het boventoonrijke timbre van haar stem, met zo'n glinsterend-zinderend randje aan de bovenkant, geeft extra esprit aan de Franse teksten. Teksten die bij Ruiten woord voor woord te verstaan zijn. Direct in het openingslied, Fauré's Notre Amour, zorgen Ruiten en Janssen voor de juiste sfeer en verwachting. Je voelt meteen: hier wil ik naar blijven luisteren. De onderkant van Ruitens stem blijkt prettig ontwikkeld en klinkt nergens onprettig dun-nasaal. Ruiten lost hier alle beloften in na haar overwinning in Den Bosch. In het heerlijke Poulenc-lied Les chemins de l'amour is zij net zo charmant als Yvonne Printemps.
Peter van der Lint; Trouw, 2-7-05
Lenneke Ruiten, één van onze begaafdste sopranen van de jonge generatie, is aan een mooie carrière bezig. Zij studeerde aanvankelijk fluit en later zang bij o.a. Meinard Kraak en Diane Forlano; masterclasses bij Ameling, Holl, Hotter, Tear, Berry en Rudolf Jansen vormen daarop een veelzijdige aanvulling. Haar frisse, open geluid maakt haar tot een ideale vertolkster van repertoire uit de 18e eeuw, en zij ontwikkelt zich dan ook tot een eersteklas Mozart-sopraan. De helderheid van stem paart ze aan een uitmuntende dictie, en haar vrijwel vlekkeloze Frans is dan ook woordelijk te verstaan op deze cd (haar derde), waarvan ik behoorlijk onder de indruk ben. Mooi samengesteld uit bekend en minder bekend repertoire. Ruiten weet wat ze zingt, durft uit te zingen in al haar registers, en een enkel minder geslaagd moment zie ik dan ook met liefde door de vingers. Soms wordt raffinement ingeruild voor een flinke dosis lef, en daar is ook wel wat voor te zeggen. Het zijn kleine kanttekeningen bij een indrukwekkende cd, waarop het pianospel van Thom Janssen van grote klasse is.
Roeland Gerritsen; Tijdschrift Luister juli/augustus 2005
Ruiten schittert in afwisselende bloemlezing
Lenneke Ruiten (sopraan) en Thom Janssen (piano) met liederen van Schubert, Webern, R.Strauss, Chausson, Fauré en Flothuis. Gehoord: donderdag 14 april, Museum De Cruquius.
Sopraan Lenneke Ruiten is van heel wat markten thuis. De zangeres die in 2002 bij het Internationaal Vocalisten Concours in 's-Hertogenbosch zo ongeveer alle prijzen in de wacht sleepte, bewees zich al in het operatheater, in het oratoriumvak en vooral in het liedrepertoire.
Die veelzijdigheid toonde ze ook tijdens een afwisselend recital met haar vaste duo-partner Thom Janssen in Museum De Cruquius. Van de stromen de lyriek van Schubert ging het naar de atonale sprongen van Webern. Van de lichte toets van Fauré naar de sombere gloed van Chausson.
Het optreden had ook letterlijk het karakter van een bloemlezing. In veel liederen speelden flora en fauna een belangrijke rol. Zoals in de omvangrijke ballade Viola van Schubert waarin het treurige lot van een vroegbloeier wordt geschilderd. Ruiten en Janssen maakten er een prachtig bitterzoete vertelling van. Een mooie opmaat voor de Mädchenblumenlieder van Richard Strauss waarin verschillende typen vrouwen worden vergeleken met soorten bloemen. Ruiten schitterde in het virtuoze, springerige Mohnblumen. En hoewel ze voor deze overrijpe lyriek nog iets van de zwoele warmte mist, maakte ze van het Epheu een prachtige de schildering.
Ook in de liederen die Anton Webern schreef op de spirituele teksten van Hildegard Jone wordt veelvuldig gerefereerd aan wat groeit en bloeit. Lastige muziek is dat, met kristallijnen structuren en moeilijk te treffen intervallen. Maar Ruiten zong haar met een souplesse en een zuiverheid als betrof het liederen van Schubert. Ruiten heeft een heerlijk fris, natuurlijk stemgeluid en een spontane zeggingskracht die haar geknipt maken voor de liederen van Schubert.
Maar ook In het Franse repertoire voelt ze zich hoorbaar thuis. Haar derde cd die onlangs verscheen is er geheel aan gewijd. In de donker gekleurde liederen van Chausson boort ze onvermoede diepten in haar stem aan. En waar nodig durft ze ook stevig uit te pakken. Voor de slotnoten van Faurés Notre amour was de Waterschapszaal van Museum De Cruquius bijna te klein. Ook pianist Thom Janssen, die zich eerder wat op de achtergrond hield, speelde in het Franse repertoire zijn hoogste troeven uit. Onder zijn handen bloeiden de rijke harmonieën fraai op.
Flothuis' lichtvoetige Four Trifles hebben met hun muzikale knipogen en sprekende ritmes al bijna het karakter van een toegift. Maar om het enthousiaste publiek tevreden te stellen volgden daarna nog Le colibri van Chausson en Poulencs aanstekelijke Les chemins de l'amour.
Haarlems Dagblad, 16 april 2005, Winand van der Kamp
Heldere en plechtstatige Matthäussen
J.S. Bach, Matthäus Passion door het Residentie Orkest/Residentie Bachkoor o.l.v. Arnold Östman. Gehoord: 25/3 in de Dr. Anton Philipszaal, Den Haag.
De jonge sopraan Lenneke Ruiten onderscheidde zich in positieve zin. Met haar vederlichte, fragiele maar karaktervolle stem is ze even innemend als veelbelovend
NRC, 26-03-05, Jochem Valkenburg
In Östmans Matthäus staat de tijd stil
Solisten, Omroep Jongenskoor, Residentie Bachkoor en Residentie Orkest o.l.v. Arnold Östman met de Matthäus Passion van Bach. Gehoord: 24/3 in den Haag (Philipszaal).
De jonge Nederlandse sopraan Lenneke Ruiten zong de aria Blute nur met een moederlijke tederheid
Haagse Courant, 25-03-05, Winand van de Kamp
Lenneke Ruiten verandert concertzaal in huiskamer
Recital: Lenneke Ruiten (sopraan) en Thom Janssen (piano). Werken van Schubert, Webern, Strauss, Chausson, Fauré en Flothuis. Bijgewoond: AMSTERDAM, Concertgebouw, Kleine Zaal, 18 februari. Uitzending: 25 februari, KRO, Radio 4, 13.00 uur.
.Het was voor haar nogal een week. Die begon zondag met een recital in Groningen, waarna op de dagen werd gerepeteerd met Opera Zuid voor 'Orfeo' van Gluck, een productie die zaterdag in Maastricht zijn première beleefde. En vrijdag was er dan dat Amsterdamse concert.
Met 'Drei Gesänge' en 'Drei Lieder' van Anton Webern zong ze de stijf uitverkochte zaal zonder meer plat, hetgeen beslist geen sinecure was. Webern schreef geen muziek voor een ontspannen vrijdagavond als afsluiting van een drukke week. Klasse dus, als iemand met deze liederen zodanig boeit dat iedereen naar het puntje van zijn stoel schuift. Want hoe wonderlijk is het dat ze deze liederen met die ogenschijnlijk vreemde wendingen, toch zo vanzelfsprekend en loepzuiver kan zingen dat het toch zo vertrouwd klinkt. Zowel in de hoogte als in de laagte hield haar stem zijn kracht en kleur, terwijl elk woord van de tekst werkte. Dat is dus geen kunstje, maar kunst.
De zangeres is sinds haar debuut in deze zaal, anderhalf jaar geleden, zo ver gerijpt dat ze met haar nog zo frisse heldere stem toch al de pure late romantiek van Richard Strauss aan kan. Van een viertal Straussliederen was vooral 'Mohnblumen' een juweel. Thom Janssen was ook hier de ideale begeleider, ditmaal door uit de vleugel een haast orkestrale klank te laten komen, zonder de stem ook maar een moment te overheersen. Hoe anders waren de liederen van Chausson en Fauré. Breekbaar van stemming, Maar Ruiten maakte ook daar van elk woord muziek. Het maakt nieuwsgierig naar haar Franse cd waarop dit werk een grote rol speelt.
Verrassend waren de zelden gehoorde 'Four Trifles' van Marius Flothuis. Ruiten bespeelde daarmee moeiteloos het publiek: er werd geglimlacht, er werd gelachen. En daarmee had ze de Kleine Zaal, met toch een paar honderd bezoekers, qua sfeer verandert in een huiskamer .
Noordhollands Dagblad, 21-02-05, Hans Visser
Musica Ducis bezorgt oerkreet met kippenvel
Erasmusfestival. Musica Ducis brabantiae en Vocaal Ensemble Markant, soliste: Lenneke Ruiten, dirigent: Alexandru Lascae. Den Bosch, Nederlands Hervormde Kerk, 3 november.
Een dag nadat de ene cultuur moordend binnendrong in een andere, steeg in een kerk in Den Bosch een muzikale en vooral toepasselijke noodkreet op: Geef ons vrede.
Dona nobis pacem beleefde er zijn Nederlandse première mee. En wat voor een. Strijkorkest Musica Ducis brabantiae en Vocaal Ensemble Markant leverden een indrukwekkende prestatie, die je beurtelings langs de randen van kippenvel en bewondering dwong. Dona nobis pacem van de Letse componist Peteris Vasks kwam Nederland daarmee binnen met een smeekbede, die in feite een overdonderende oerkreet was.
Musica Ducis brabantiae trad op in het kader van het Erasmusfestival. Het bracht werk van Oosteuropese componisten, mensen die religieuze en volksinvloeden uit hun land in eenvoudige, het gemoed aansprekende stukken neerleggen. Van Vasks werd nog een Nederlandse première vertolkt: Latvija. Dit stuk was bijna even groots als Dona nobis pacem. Dat was vooral te danken aan sopraan Lenneke Ruiten, die met een de verbeelding tartende draagkracht haar stem tot in alle gaatjes van de Nederlands Hervormde Kerk joeg. IJzingwekkend en indrukwekkend. Het programma werd geopend met een vroeg werk van de Est Arvo Pärt: Fratres. Wie de fraaie uitvoering van I Fiamminghi kent, moest hier even wennen. De stilte waaruit het stuk groeit was hier weggelaten en de typerende klokken werden verklankt door een houtblok. Jammer, omdat Fratres hiermee zijn sprankelende elementen werden ontnomen.
Wie ooit alle muzikale grenzen vertrapte, was Béla Bartók. Dat was te horen in zijn Divertimento (voor strijkorkest). Een reidans van invloeden huppelde je hoofd binnen en het was de verdienste van componist èn Musica Ducis dat ze fraai ineen werden geweven.
Lenneke Ruiten schitterde deze avond nog een keer: in de vijfdelige liedcyclus Slopiewnie van de Pool Karol Szymanowski. Luchtige en humoristische muziek, volledig aan Ruiten toevertrouwd.
Brabants Dagblad, 4 november 2004, Rinus van der Heijden
Herderkoning sprankelt
Radio Kamerorkest en solisten o.l.v. Gérard Korsten met Il re pastore van Mozart in de Robeco Zomerconcerten van het Concertgebouw, 29/8
Het voorlaatste concert in die serie, zondagavond, was er een om in te lijsten. Mozarts opera Il re pastore (de herderkoning) kreeg een glanzende uitvoering van het Radio Kamerorkest en een paar fantastische solisten .
Voor de laatste reprise van die productie had DNO wel een fantastisch zangersensemble op de planken gebracht. Wat dat laatste betreft bleef de uitvoering zondagavond niet ver achter. De Deense sopraan Henriette Bonde-Hansen was als Aminta beslist een openbaring. Haar stem contrasteerde mooi met de lichtere sopraan van Lenneke Ruiten. Aan het slot van de eerste akte vermengden hun stemmen zich spectaculair in een voorbeeldig gezongen duet. Ruiten is hard op weg om een geweldige Mozart-zangeres te worden. In haar aria Barbaro! Oh Dio mi vedi kwam ze qua frasering nog niet overal even gelukkig uit (zoals een zwemster die verkeerd uitkomt bij het aantikken), maar Ruiten overtuigde verder volledig. Bij De Nederlandse Opera gaan ze komende jaren een nieuwe Mozart-Da-Ponte-cyclus opzetten en ik zou het met een stem als die van Ruiten binnen handbereik wel weten. En dan bedoel ik niet een klein excuusrolletje als Barbarina in Le nozze di Figaro, nee, ik heb het over Susannas, Despinas en Zerlinas
.
Trouw, 31-8-2004, Peter van der Lint
Mozart herademt in herdersopera
Robeco Zomerconcert: opera Il re pastore). Muziek W.A. Mozart. Libretto : P. Metastasio. Door Lenneke Ruiten, Henriette Bonde-Hansen (sopranen), Cécile van de Sant (mezzosopraan), Guy Fletcher, Patrick Henckens (tenoren). Bijgewoond: AMSTERDAM, Concertgebouw, zondagavond.
Mozart schreef zijn opera Il re pastore voor een feestje. De muziek is dan ook zo feestelijk als alleen het genie uit Salzburg die kon bedenken. Feestelijk was ook de uitvoering die dit werk zondagavond kreeg in het Amsterdamse Concertgebouw. Het waren daar vooral de dames die de show stalen: Lenneke Ruiten en Henriette Bonde-Hansen .
.Op een tekst van Pietro Metastasio schreef hij een reeks van absolute shownummers. De eerste die daarmee mocht pronken was de Alkmaarse sopraan Lenneke Ruiten. Als de herderin Elisa bezong ze haar liefde voor haar Aminta. En dat draaide al gauw uit op het strooien met coloraturen. Ze deed dat mooi stijlzuiver met het vibrato in de juiste hoeveelheid op de juiste plaats. Ze klinkt bovendien heerlijk fris: helemaal goed voor een meisje dat nog in geluk gelooft. Ruiten leek zelf te genieten van het gemak waarmee al die noten uit haar keel parelden. In de tweede akte had ze nog zon aria, maar daarin was ze teleurgesteld én verdrietig, omdat ze niet Aminta lijkt te mogen trouwen. Er liggen voor haar beslist meer mooie, rijpere Mozartrollen in het verschiet
.
Noord Hollands Dagblad, 31-8-2004, Hans Visser
Grote Ruiten in Kleine Zaal
De Alkmaarse sopraan Lenneke Ruiten debuteerde op 24 september vorig jaar in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. De winnares van het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch staat aan het begin van haar carrière maar had daar in een gevarieerd programma al veel te bieden.
Dat blijkt ook uit de daar opgenomen cd. Haar stem is nog jong, maar die frisheid combineert mooi met de gerijpte begeleiding van haar vaste pianist Thom Janssen. Gekoppeld aan een liefdevolle interpretatie van de teksten, geeft dat contrast een licht dramatische glans aan het romantische claire obscure van Schumann. Heerlijk lichtvoetig, met waar nodig een vleugje ironie is deze combinatie in de sierlijke liederen van Poulenc en Hahn.
Flamboyant klinken drie stukken van Turina. Pure acrobatiek bedrijft Ruiten in 'Triptyque' van Micha Hamel. Maar de parel van het programma is Schuberts 'Der Hirt auf dem Felsen'. Met klarinettist Jos Ruiters als extra begeleider, lijkt hier bijna een operaatje te ontstaan dat jubelt om de naderende toekomst.
Noord-Hollands Dagblad, 6-2-2004, Hans Visser
Lenneke Ruiten toont vocale veelzijdigheid
Concert: Nederlands Kamerorkest. Dirigent: Yakov Kreizberg. Soliste: Lenneke Ruiten (sopraan). Programma: Exsultate jubilate, KV 165 van W.A. Mozart, Serenade voor blazers, opus 7 van Richard Strauss, Knoxville, the Summer of 1915 van Samuel Barber, Serenade nr. 1 van Johannes Brahms. Gehoord: 20 januari, Concertgebouw, AMSTERDAM.
In wezen vloeide het engageren van sopraan Lenneke Ruiten bij het Nederlands Kamerorkest nog voort uit het winnen van het Internationaal Vocalisten Concours Den Bosch, in 2002. Maar de actualiteit laat zien dat Ruiten als vocaliste is gegroeid en met een grote verscheidenheid aan stijlen en genres haar veelzijdigheid inmiddels heeft bewezen. Ook doorloopt zij inmiddels het begintraject van concerten, geldend voor de Nederlandse Muziekprijs.
De Alkmaarse sopraan opende deze week beide optredens met het concert-motet Exsultate jubilate van Mozart, dat ze over enkele weken ook in Japan zingt, waar ze als soliste is uitgenodigd. Een werk waarin zij fijnbesnaard voor de dag kan komen, zo liet zij met het Nederlands Kamerorkest horen. Ruiten beschouwt het lijnenspel van de jonge Mozart vanuit de beweeglijkheid en subtiele fraseringsovergangen. De fijne wijze van toontreffen vond bij sopraan Ruiten in dit Exsultate jubilate een sluitstuk in sprankelende coloraturen, watervlug en geolied uitgezongen.
Iets later in het programma zong ze Knoxville, Summer of 1915 van Samuel Barber. Dit stuk vraagt van de zangsoliste een inbreng, die de verhalende aspecten van dit op muziek gezette prozagedicht naar voren haalt, uiteraard melodisch ingekleed en liefst met een zwoele Amerikaanse timbretoevoeging. Bij Ruiten kwamen de serene emoties van binnenuit, met haar energieke stemvoering als medium. Ze voerde het met grote vakkundigheid en inlevingsvermogen uit.
Noord-Hollands Dagblad, 23-1-2004, Jos Ruiters
Jong onbesuisd elan
Nederlands Kamerorkest met Lenneke Ruiten (sopraan) o.l.v. Yakov Kreizberg. Gehoord: 20 januari in het Amsterdamse Concertgebouw.
Door haar winst in Den Bosch heeft Ruiten een naam hoog te houden en ze maakte die dinsdag in het Concertgebouw waar met haar ongeremde en frisse voordracht. In Mozarts Exsultate jubilate klonken de jubels en de kukels heel oprecht. Ruiten heeft het vermogen om in een klank op te gaan. Zo hing ze bijvoorbeeld heerlijk in het ju van jubilate, liet daarin haar vibrato zijn werk doen en gaf daarmee en passant ook nog de juiste tekstinterpretatie.
In Barbers heerlijke lome jeugdherinnering kwam de vocale persoonlijkheid van Lenneke Ruiten nog beter tot zijn recht. Ruiten stapte met gevoel voor sfeer en tekst in de schoenen van de legendarische Amerikaanse sopraan Eleanor Steber, voor wie Barber zijn Knoxville, Summer of 1915 in 1947 componeerde
.
Trouw, 22-1-2004, Peter van der Lint
Ruiten prominent in hoge noten
Concert: Nederlands Kamerorkest o.l.v. Yakov Kreizberg met medewerking van Lenneke Ruiten, sopraan. Gehoord: 20/1 Concertgebouw Amsterdam. Herh,: 22/1
De sopraan Lenneke Ruiten, in 2002 tijdens het Internationaal Vocalistenconcours in Den Bosch de glorieuze winnares van de hoofdprijs en nog vier andere prijzen, debuteerde gisteravond bij het Nederlands Kamerorkest in het Amsterdamse Concertgebouw in muziek van Mozart en Barber. Onder haar gehoor bij dit concert, dat vanavond wordt herhaald, was ook Elly Ameling die in 1956 het Bossche concours won en bij wie Lenneke Ruiten een masterclass volgde.
Lenneke Ruiten is een lichte sopraan met een mooie, gemakkelijke en stralende hoogte. De tekst van James Agee over zijn herinneringen aan de kindertijd kreeg een expressief mooi gevarieerde interpretatie van Ruiten .
Vooralsnog lijkt Lenneke Ruiten vooral een uitstekende Mozartsopraan. In München, waar ze een deel van haar opleiding volgde, zong ze al Susanna in Le Nozze di Figaro in het Prinzregententheater. En Mozarts Exsultate jubilate dat ze gisteravond zong, kreeg een prachtige uitvoering: een goede afwisseling van stemmingen tussen de jubelende en meer ingetogen delen, moeiteloze coloraturen en een stralend perfecte afsluiting in het Alleluia
.
NRC Handelsblad, 21-1-2004, Kasper Jansen
Er ists auch im Winter
Liederabend mit Lenneke Ruiten und Thom Janssen im Frankfurter Römer
Lenneke Ruiten ist eine geübte Liedsängerin. Ihre feine, klare Stimme tendiert eindeutig eher zum lyrischen als zum dramatischen Fach. Auch als Mozart-Sängerin kann man sich die junge holländische Sopranistin gut vorstellen. Bei ihrem Liederabend in der Reihe der Kaisersaalkonzerte im Frankfurter Römer bot sie mit dem ausgezeichneten Pianisten Thom Janssen ein abwechslungsreiches Programm, in dem es unter anderem um das unausgesprochene Thema Blumen, Pflanzen und Blüten ging.
Lenneke Ruiten überzeugte gerade durch ihre schlackenfreie Tongebung. Ihre Artikulation war denkbar sauber, so dass in den acht ausgewählten Schumann-Liedern die Texte optimal verständlich waren. Die drei Lieder op. 25 von Anton Webern boten über die Thematik von Blumen und Gedeihen einen Anknüpfungspunkt, wobei Lenneke Ruiten intonationssicher in schwierigen Intervallsprüngen einen sehr grossen Ambitus durchmass. Höhepunkte im Brahms-Block waren das intim vogetragene Volkslied Da unten im Tale und Meine Liebe ist grün nach einem Text von Schumanns unglücklich-betrübtem Sohn Felix.
Die im positiven Sinne schlichte, unaufdringliche Gestaltung wirkte stets durchdacht und seriös. Sicherheit und Ruhe strahlte Thom Janssen aus, der sehr genau und zart nuancierte, der Sängerin häufig die Möglichkeit gab, ihr feines Piano zu realisieren, und sie nie zwang, die Lautstärke zu forcieren. Exquisit gelang in dieser Hinsicht Francis Poulencs kleiner Liederzyklus Fiancailles pour rire: mit reichem französischen Flair, besonders sanft bei den Fleurs, keineswegs neoklassizistisch-bissig, sondern zwischen Spätromantik und Impressionismus changierend. Die Mädchenblumenlieder op. 22 von Richard Strauss schlossen sich stilistisch und zum Thema passend an.
Als Zugaben brachte das unter anderem am Konzervatorium in Alkmaar ausgebildete Duo zwei Lieder von Richard Strauss, zuletzt virtuose, fast opernhafte Amor-Koloraturen.
Frankfurter Allgemeine Zeitung, 12-1-2004, Guido Holze
Der Frühling weckt die Liebe auf
Ein Liederabend mit Lenneke Ruiten im Kaisersaal des Frankfurter Römers
Für Musikfreunde, die hoffnungsvollen Nachwuchskünstlern an der Schwelle zur Karriere begegnen möchten, sind die Kaisersaalkonzerte eine vorzügliche Adresse. Diesmal gab Lenneke Ruiten ihre Visitenkarte ab. Die holländische Sopranistin hat 2002 den renommierten Gesangswettbewerb in s-Hertogenbosch gewonnen und erhält gerade erste Engagements an grösseren Bühnen. Sie präsentierte ein beachtlich umfangreiches und vielseitiges Programm.
Ruiten tritt sympatisch auf, beweist beim Vortrag durch freundlichen, ja lustigen Gesichtsausdruck Spass an der Sache und Freude daran, für das Publikum Musik zu machen.
Frankfurter Neue Presse, 13-1-2004, Andreas Bomba
Ruiten favoriet in kroonconcert IVC
Kroonconcert Internationaal Vocalisten Concours met Het Brabants Orkest, o.l.v. Ivan Angélov
Maandag 6 oktober 2003 - Eén heeft het allemaal achter de rug, vijf moeten er nog aan beginnen. Sopraan Lenneke Ruiten, IVC-winnares 2002, was als laatste geprogrammeerd; zij had het laatste woord in de parade van veelbelovend jong zangtalent, de oogst van de vorige maand gehouden nationale voorronden van het Internationaal Vocalisten Concours.
Met een uiterst geraffineerde uitvoering van onder meer het lied Amor van Richard Strauss gaf Ruiten aan wat je nodig hebt om een concours als dit te winnen, namelijk een mooie stem, maar vooral muzikale intelligentie, stijl en karakter. Haar oprechte, nergens geforceerde en intelligente presentatie maakte dat de in vergelijking met opera veel mindere toegankelijke liederen het in de waardering wonnen van de extraverte belcanto aria's. Lenneke Ruiten begint bij de inhoud en laat de vorm daaruit ontstaan; heel wat kandidaten beginnen bij de vorm en vergeten niet zelden de inhoud.
Brabants Dagblad, 6 oktober 2003, Marjolein Sengers